EMBARGO tot 4 juni 2003 - 11:30 uur
Verklaring Zr. Yosé Höhne-Sparborth
tbv. rechtszitting 4 juni 2003, ivm. Volkel-actie 18 jan 2003
Van Zr. Yosé Höhne-Sparborth, Utrecht
Tel: 030-2316666 (Kerk en Vrede)
E-mail: j.hohnesparborth@kerkenvrede.nlEdelachtbare, de Officier van Justitie acht mij schuldig aan het overtreden van artikel 461 van de grondwet vanwege het betreden van Vliegbasis Volkel zonder toestemming van de eigenaar. Ik ontken niet dat ik vliegbasis Volkel heb betreden op 18 januari omstreeks 12.30 uur. Ik heb er zelfs ruim 20 minuten rondgewandeld, totdat ik een geïniformeerde persoon tegenkwam die mij sommeerde te blijven staan, waarna ik mij voegde bij een groep burgerinspecteurs die op dat moment bewaakt werden door twee soldaten van Vliegbasis Volkel. Men heeft mij vervolgens 8 uur vastgehouden, zonder enige vorm van eten en zonder warm drinken, enkel met een bekertje koud water na 6 uur. Maar dit terzijde.
Ik ben het niet eens met de aanklacht. Als burger van de staat der Nederlanden die de Internationale Rechtsorde respecteert, was ik gelet op de beginselen van Neurenberg niet enkel gerechtigd om vliegbasis Volkel te betreden in de hoedanigheid van burgerinspecteur om te toetsen of er op vliegbasis Volkel inderdaad wapens worden beschermd die tot massavernietiging kunnen leiden. Als voorzitter van de werkgroep Vrede en Geweldloosheid van het Werkverband Religieuzen voor Gerechtigheid en Vrede, en als burger is het mijn plicht, naar artikel 10 van het Europees Verdrag ter bescherming van burgers om feiten te vermelden die burgers van Nederland of burgers van andere landen in gevaar kunnen brengen, en deze feiten dan ook bekend te geven aan de Nederlandse burgers, aan de media, aan politieke gremia of aan de rechter.
Met dat doel betrad ik de vliegbasis Het hek stond open toen ik de basis betrad, bovendien hield niemand mij tegen. Mijn deelname gaat om een ernstige gewetenszaak die voorrang verdient boven de strikte handhaving van artikel 461 van het wetboek van strafrecht.Nadere toelichting op mijn afwijzing van de aanklacht:
Wat ik deed
Ik behoor tot de groep die op 3 januari bij de Ambassade van de Verenigde Staten te Den Haag om 14.00 uur 's middags een verzoek indiende om vóór 18 januari opheldering te geven over de opslag van nucleaire wapens te Volkel; bij uitblijven van antwoord zouden we ons genoodzaakt zien zelf te onderzoeken of op genoemde vliegbasis massavernietigingswapens, te weten nucleaire wapens worden bewaakt, zoals algemeen wordt aangenomen maar mede door de regering van Nederland wordt bevestigd noch ontkend.
Op 18 januari behoorde ik dan ook tot de ruim 200 personen, waaronder veel religieuzen, die bij de hoofdingang een manifestatie hielden om protest aan te tekenen tegen de mogelijke aanwezigheid, bescherming en een niet afdoende bewaking van massavernietigingswapens op vliegbasis Volkel.
Ook behoorde ik tot de ruim 100 personen die voornemens waren om als burgerinspecteurs de vliegbasis te betreden indien mogelijk. Toen ik aankwam stond het hek open en men liet mij ongehinderd doorlopen. Ruim 20 minuten doorkruiste ik de vliegbasis richting startbaan en ik boog juist af in de richting van een groep gebouwen toen een persoon in uniform me toeriep dat ik diende te blijven staan, hetgeen ik deed. Op zijn verzoek voegde ik mij vervolgens bij een groep burgerinspecteurs die door twee soldaten met hond bewaakt werden. Ik richtte mij tot een van hen en zei: ,,Als wij terroristen waren geweest, dan hadden jullie nu toch wel een probleem gehad?'' Waarop hij een ernstig gezicht trok, knikte, en zei: ,,Dat kunt u wel stellen.''
Kort daarna begaven we ons naar een verzamelplek waar vervoer stond. Vanaf die plek kon ik zien hoe de gebouwen waarheen ik op weg was geweest nu bewaakt werden door soldaten met het geweer in de aanslag, op een onderlinge afstand van telkens ongeveer 10 meter. Wij waren er zo'n 150 meter vandaan. Dat was dus terrein waar echt niemand mocht komen.Uiteindelijk vervoerde men ons naar gebouw 278, alwaar men mij van ongeveer 13.30 uur tot 17.30 uur buiten liet staan wachten. Die tijd gebruikte ik voor gesprekken met verschillende marechaussees en soldaten over de vliegbasis. Uit de diverse gesprekken zijn een aantal opmerkingen relevant.
Twee soldaten zeiden: ,,Er ligt hier niets.''.
Drie soldaten zeiden: ,,We weten niet wat hier ligt.''
Een soldaat zei: ,,We weten het niet, nee, maar als je ziet hoe hier bepaalde gebouwen bewaakt worden, dan weet je genoeg.''
Een soldaat zei: ,,Mevrouw, wat denkt u nou. Als wij bevel zouden krijgen dat spul te gebruiken, dan zou zeker de helft van ons weigeren dat te doen.''
Toen ik problematiseerde hoe gemakkelijk wij het terrein hebben kunnen betreden, antwoordde een soldaat, terwijl een marechaussee naast hem stond die knikkend bevestigde: ,,Mevrouw, als iemand echt kwaad wil, dan houden we dat niet tegen. Dit hier is niet te beschermen.''Edelachtbare, mij lijkt het geheel aan informatie die ik wist te verkrijgen bij deze inspectieronde, verontrustend genoeg om te rechtvaardigen dat ik vliegbasis Volkel betrad ondanks art. 461 van het wetboek van strafrecht. Met name de laatste informatie duidt op een rechtstreeks potentieel gevaar voor de bevolking van Nederland en België. Ik acht mij in geweten verplicht aan te dringen op nader onderzoek vanwege opslag van massavernietigingswapens op Nederlands grondgebied die zelfs al door de opslag een gevaar betekenen wegens het ontbreken van adequate bewaking.
Waarom ik het deed
Ik nam deel aan deze burgerinspectie van vliegbasis Volkel vanwege de buitenlandpolitiek van de VS die burgers massaal in gevaar brengt, en vanwege het onverantwoordelijke gedrag van onze huidige regeringsleider Jan Peter Balkenende.
Dat de buitenlandpolitiek van de VS massaal burgers in gevaar brengt baseer ik onder andere op de volgende feiten:
De VS hebben als enige land nucleaire wapens ingezet tegen burgers in 1945 tegen Hiroshima en Nagasaki. Hun legitimatie was toen dat Japan niet capituleerde, terwijl inmiddels bekend is dat Japan al enige maanden tot capitulatie bereid was maar de VS tot 6 augustus 1945 onverkort wensten vast te houden aan onvoorwaardelijke gehoorzaamheid.
De VS gebruikten in Vietnam op grote schaal napalm waarvan de gevolgen tot op heden merkbaar zijn.De VS gebruikten 300 ton verarmd uranium in 1991 in Irak, waardoor nu in Basra en omgeving regelmatig ernstig mismaakte kinderen worden geboren (ik heb foto's bij me die door een Weense arts zijn genomen) en in een groot deel van Irak het aantal kankerpatienten en gevallen van kinderleukemie verzesvoudigd zijn - terwijl dezelfde VS door gebruik van hun vetorecht in de Veiligheidsraad twaalf jaar lang verhinderden dat het embargo tegen Irak kon worden opgeheven teneinde invoer van medicijnen tegen kanker en kinderleukemie onmogelijk werden gemaakt. Integendeel, binnen het olie voor voedselprogramma hanteerden juist de VS zulke strikte ,,dubbel use'' normen, dat alle relevante medicijnen onder het embargo vielen.
In Irak gebruikte de VS dit voorjaar clusterbommen in woongebieden, terwijl bekend is dat tot 30 % van de bommetjes niet direct ontploffen en vervolgens feitelijk als een soort landmijnen functioneren.In december 1989 bombardeerde de VS Panama-stad zonder zelfs maar enige vorm van oorlogsverklaring vooraf. De schatting over het dodental onder de burgers ligt tussen 3000 en 7000.
In januari 2003 lekte het Pentagon met de informatie dat het gebruik van kernwapens indien nodig geacht niet zou worden uitgesloten bij de toen op handen zijnde aanval op Irak.Tegen deze achtergrond, en gegeven het feit dat de Veiligheidsraad resolutie 1441 in oktober 2002 aannam met de duidelijke bedoeling de agressie van de VS jegens Irak te voorkomen, valt het optreden van Jan Peter Balkenende te kwalificeren als hoogst onverantwoordelijk. In november voerde het Nederlandse parlement een enquète door in verband met Srebrenica. Op 21 november werd generaal Couzy gehoord, die verklaarde dat de militairen de missie in Srebrenica ernstig hadden afgeraden. De politici waren echter om politieke redenen zeer gretig en bevalen de militairen desondanks naar Srebrenica gegaan. Hoe dat avontuur afliep, daarvan zijn we allen op de hoogte. Dezelfde avond dat we in het journaal verslag kregen van deze zitting, verklaarde Jan Peter Balkenende met glinsterende ogen vanuit de bijeenkomst van de NAVO-top in Praag dat Nederland uiteraard de VS zou steunen in een aanval op Irak. Gegeven dat de enquète over Srebrenica nog volop in gang was en lessen nog moesten worden getrokken, gegeven de grote reserve van de Veiligheidsraad en de hele VN, gegeven het feit dat Jan Peter Balkenende demissionair was van een kabinet dat slechts 79 had gezeten, valt zijn gretigheid als onbehoorlijk bestuur te kwalificeren en als onverantwoord tegenover het Iraakse volk en de internationale gemeenschap. Het was een openlijk steunen van geplande agressie tegen burgers met mogelijk verstrekkende gevolgen voor lange jaren.
Welnu, Edelachtbare, bij de actuele regeringen van de VS en Nederland handelt het zich om politici die blijk geven zo lichtvaardig en buiten Internationaal recht om tot militair handelen over te gaan, dat hun zwijgzaamheid tegenover onze formele Volksvertegenwoordiging inzake de vermoede opslag van massavernietigingswapens onmiskenbaar een ernstig gevaar kan betekenen voor de Nederlandse bevolking dan wel enig ander volk tegen wie de militaire agressie zich nog zal richten.
In wiens naam ik het deed
Ik bood mij aan voor de arbeid van burgerinspecteur van de vliegbasis Volkel, teneinde te trachten informatie te verzamelen om het Nederlandse volk op de hoogte te kunnen stellen van de gevaren waaraan wij en mogelijk andere bevolkingsgroepen zijn uitgeleverd. Er bestaat zeker draagvlak in de samenleving om informatie omtrent Volkel helder te krijgen en om dat als burgers te doen zolang parlement en regering verstek laten gaan in deze. Op 21 januari waren in Amersfoort ruim 100 algemene en provinciale oversten van Nederlandse orden en congregaties bijeen voor hun jaarlijkse studiedag rondom vredesvraagstukken. Daar deed ik verslag van de inspectie te Volkel, en op het moment dat ik meldde hoe ruim 100 personen het terrein van de Vliegbasis konden betreden, kreeg ik een spontaan en stevig applaus.
Waarom juist ik het deed
Edelachtbare, ik acht mij uit hoofde van mijn functie en als burger in geweten verplicht mijn bijdrage te leveren aan het helder maken van voornoemd potentieel gevaar voor de Nederlandse bevolking en mogelijk de wereldbevolking.
Als voorzitter van de werkgroep Vrede en Geweldloosheid in het Werkverband van Religieuzen voor Gerechtigheid en Vrede is het mijn taak helderheid te verschaffen aan onze achterban over deze vraag. De meest wezenlijke van mijn persoonlijke motivaties die mij in geweten verplichten wil ik u voorleggen:
Als religieuze, lid van de congregatie der zusters van de Voorzienigheid, een congregatie die werd opgericht in 1852 in Amsterdam om de allerarmste en meest weerloze kinderen voor een ellendig leven en sterven te behoeden, zie ik het als een onmiddellijke voortzetting van ons charisma om te waarschuwen voor de voorbereiding van massavernietiging met langdurige ernstige gevolgen voor de gezondheid van toekomstige generaties. Opslag van nucleaire wapens kan tot een dergelijke voorbereiding worden gerekend.
Als theologe in de katholieke kerk ben ik de mening toegedaan dat onze politieke leider die tevens leider is van het CDA is, een fundamentele bijbelse tekst van Godswege schendt: ,,mensenoffers wil Ik niet''. Deze tekst is de basis waarop de drie grote wereldgodsdiensten jodendom, christendom en islam zijn geent. Massavernietigingswapens opslaan, daarmee de bereidheid te kennen geven om ze te gebruiken dan wel te laten gebruiken, voor welk politiek doel ook, is zoveel als de weg bereiden tot mensenoffers op grote schaal. Mijn religieuze geweten verplicht me dit aan de kaak te stellen.
Sinds 1995 ben ik elk jaar enkele maanden per jaar in El Salvador geweest om er te werken met hulpverleners voor oorlogsslachtoffers. De Salvadoreense regering heeft in tenminste 14 gevallen opdracht gegeven tot genocide op een hele dorpsgemeenschap binnen het eigen volk, naast alle andere grove schendingen van mensenrechten in de jaren tussen 1975 en 1993. De Verenigde Staten leverden alle steun die de regering daarbij vroeg: financien, wapens, militaire opleidingen en adviseurs, advies bij folterpraktijken, praktijken van ontvoering, intimidatie van burgers en kinderroof.Veel geroofde baby's en kleuters werden in Amerikaanse gezinnen ondergebracht en beide regeringen weigeren tot op heden mee te werken aan het herenigen van de kinderen met hun natuurlijke ouders. Dit, en de herinnering aan het brutale bombardement op Panama stad in 1989, maken dat ik naar geweten alles dien te ondernemen om het Iraakse volk te beschermen tegen de hypocrisie van de Amerikaanse regering, en de hypocrisie van de Nederlandse regering in zoverre deze kritiekloos de Amerikanen steunt in haar machtsstreven waaraan volken worden opgeofferd.
December 2002 bezocht ik Irak. De mensen die ik er sprak smeekten mij om te trachten een oorlog te voorkomen. De bevolking leed naast alle ellende door het embargo tevens aan toenemende geboorten van ernstig mismaakte kinderen, sterk verhoogde aantallen kankerpatienten en verzesvoudiging van het aantal gevallen van kinderleukemie. Dit door gebruik van verarmd uranium en bombardementen op chemiefabrieken in 1991. Ik bezocht een ziekenhuis met veel leukemiepatientjes die op hun dood lagen te wachten.
Ik ben genaturaliseerd Nederlander, mijn oorsprong ligt in Duitsland. Mijn vader behoorde in 1935 al tot de gevangenen van Dachau. In 1945 kon hij in het oostelijk deel van Duitsland een baan krijgen omdat hij antinazi was geweest. Desondanks moest hij in 1953 vluchten om een volgende gevangenschap te voorkomen. Eenmaal in West Berlijn, kreeg ons gezin geen woning en kreeg mijn vader geen arbeid, omdat hij gedurende de oorlog antinazi was geweest. We bleven daardoor twee jaar in een vluchtelingenkamp hangen en kwamen niet verder. Mijn moeder, van oorsprong Nederlandse, heeft daarop toestemming gevraagd om met ons naar Nederland te mogen komen. Eenmaal hier waren we noch antinazi noch vluchtelingen doch slechts Duitsers. Mijn moeder kreeg een baan maar wij kregen wederom geen woning. Daardoor verbleef ik nog eens drie jaar in een kindertehuis. Kinderen en volwassen Nederlanders maakten mij zeer helder dat ik als Duitse de collectieve schuld aan zes miljoen Joden op mijn schouders droeg. Tot in de jaren tachtig hielden Nederlanders me regelmatig voor dat het meest onacceptabele aan Duitsers was dat ze zeiden: ,,Wir haben es nicht gewusst, wir haben es nicht gewollt.''
De noodzaak van mijn daad
Edelachtbare, ik ben het met die Nederlanders eens. ,,Wir haben es nicht gewusst'' en ,,wir haben es nicht gewollt'' zijn geen excuses die een volk achteraf mag gebruiken om zich te onttrekken aan een collectieve schuld inzake massale schending van mensenrechten, zoiets bijvoorbeeld als gebruik van atoomwapens en het geven van gelegenheid daartoe. Ik meen dan ook, dat dit niet enkel achteraf geldt voor het Duitse volk. Ook het Nederlandse, zogoed als elk ander volk heeft de plicht te weten wat een regering in haar naam aan misdaden plant dan wel uitvoert dan wel potentieel mogelijk maakt.
Mensen blootstellen aan het gebruik van nucleaire wapens wordt algemeen gezien als een misdaad tegen de menselijkheid en is in strijd met het Internationaal Recht. Opslag van dergelijke wapens, daarmee de mogelijkheid scheppend om deze te gebruiken, is dat dus eveneens.Welnu, het Nederlandse volk heeft niet enkel het recht, doch heeft ook de plicht te weten indien haar regering het gebruik van massavernietigingswapens plant en voorbereidt dan wel laat plannen en voorbereiden op haar eigen grondgebied .Daarmee heeft elke burger, en heb ik dus ook de plicht de waarheid te achterhalen omtrent het sterke vermoeden dat de Nederlandse regering in samenwerking met de regering van de VS zich schuldig maakt aan deze misdaad en die daad buiten de democratische controle tracht te houden.
Om al deze genoemde redenen, Edelachtbare, nam ik op 18 januari deel aan de burgerinspecties op vliegbasis Volkel. Om al deze redenen verzoek ik u de aanklacht van de Officier tegen mij en tegen alle burgerinspecteurs die op 18 januari de met mij vliegbasis Volkel betraden, ongegrond te verklaren.
Zr. Yosé Höhne-Sparborth, Utrecht
030-2316666 (Kerk en Vrede)
j.hohnesparborth@kerkenvrede.nl
_____
menu | dDH