Brief uit Bethlehem (2) Toine van Teeffelen
8-10 april 2002Toine van Teeffelen woont al verscheidene jaren in Bethlehem en is getrouwd met de Palestijnse Mary. Samen met hun vierjarige dochtertje Jara en pasgeboren zoontje Tamer bivakkeren Toine en Mary sinds het begin van de bezetting van Bethlehem bij Mary's ouders. Toine is coördinator in Bethlehem van het civiele waarnemersproject United Civilians for Peace
Het is onvermijdelijk dat kinderen naar buiten willen als ze al een week opgesloten zitten, vooral als het buiten zulk mooi voorjaarsweer is. De vogels fluiten uitnodigend. Een aantal tuinen wordt, aarzelend, verkend. Jara heeft contact gemaakt met de kinderen van de buren en wil met hen spelen. Ik help haar om over de stenen te klimmen naar het binnenplaatsje van de buren. De normale ingang vanaf de straat is verboden toegang. Niemand durft de straat op tijdens het uitgaansverbod - behalve een enkele journalist die er vandaag in slaagde om onze buurt in Bethlehem binnen te komen, lopend door de straten met de handen in de lucht en een witte vlag in één hand.
* * *
Sommige van Jara's spelletjes weerspiegelen de politieke situatie. Gisteren vroeg ze me om mijn handen vooruit te steken, om me handboeien aan te doen en in de gevangenis te stoppen. In werkelijkheid zijn er een paar honderd geblinddoekte en geboeide mannen uit Bethlehem en omgeving die op dit moment vastgehouden worden in een militair kamp bovenin Beit Jala. In een ander spelletje neemt Jara een boomtak en gebruikt die als wandelstok, spelend dat ze een man is die gewond is door Israëlische kogels. Daarna pakt ze de stok op en maakt een schietgebaar. Zoals kinderen doen pocht ze tegenover de andere kinderen dat ze bij de shabab hoort, de gewapende militie. Ze paradeert met de borst vooruit en schreeuwt "ween al-sha'ab 'arabi" - "waar is het Arabische volk", een bekend lied dat vaak wordt uitgezonden op de plaatselijke TV. Intussen blijft ze lachen en zegt ze tegen andere kinderen dat ze niet bang moeten zijn. Ze verdeelt de wereld in mensen die schieten en mensen die dat niet doen. Als ze Tony Blair op TV ziet vraagt ze opeens: "schiet hij ook?" En als we een beetje dromen over uit zwemmen gaan als dit allemaal voorbij is, wil ze niet naar het zwembad in Jeruzalem, "omdat de Israeli's daar op ons gaan schieten."
Hoewel ik normaal gesproken de pest heb aan het voortdurende harde getoeter van auto's verlang ik er nu naar om iets anders te horen dan de bijna idyllische stilte die over Bethlehem hangt. Gistermorgen hoorden we een sirene lange tijd loeien. Ik ging snel naar buiten om te horen of iets ergs gebeurd was, maar het bleek alleen maar de sirene te zijn om de slachtoffers van de Holocaust te gedenken. Omdat de nederzetting van Gilo zo dichtbij is horen we de sirene bijna even hard als waar dan ook in Israël. Ik vraag me af hoe de mensen hier op deze absurditeit zullen reageren.
Er klinken meer levendige geluiden op. In de tuin van onze buren spelen Jara en ik met de hond. De hond begint te blaffen tegen een andere hond, de andere hond antwoordt, een kat voegt zich bij het koor, Jara's vriendje kan de schreeuw van een aap nadoen, en in een paar seconden is het een halve jungle. Een paar buren steken hun hoofd uit het raam. Het lijkt net of het leven weer normaal is. Dan klinkt er ver weg een schot. Onmiddellijk is het stil. Na een tijdje durven de stemmen van het leven zich wel weer te laten horen, maar ze zijn nooit echt op hun gemak.
De stilte in de nacht kan ook dreigend zijn. Als de hond van onze buren 's nachts blaft worden we bang dat er soldaten vlakbij het huis zijn. De hond blaft nooit zomaar.
Zowel overdag als 's nachts horen we af en toe schieten, een enkel schot of het "ratatat" van zware wapens. Het is onduidelijk waar het vandaan komt of waarheen het is gericht. Suzy zegt dat in haar buurt - ze woont vlakbij de Geboortekerk, die werkelijk belegerd wordt - tanks voorbij rollen en volkomen willekeurig schieten. Ze ziet niemand op straat. Het schieten is er alleen maar om mensen te intimideren. Op een bepaald moment hoorden zij en haar zussen en haar moeder van alle kanten af schieten en ze renden allemaal het huis door om dekking te zoeken, ieder een verschillende kamer in, naar elkaar roepend om in die kamer te komen. Ze vertelt ook dat ze naar buiten ging toen het uitgaansverbod even was opgeheven en onmiddellijk oog in oog stond met een scherpschutter die op een balkon stond, niet meer dan tien meter verderop. Ze stond stokstijf stil, en vreemd genoeg dacht ze dat hij dat ook deed. Na een eeuwigheid durfde ze pas verder te lopen.
Ik hoorde dat een echtpaar uit Dheisha beschoten werd toen het uitgaansverbod even opgeheven was en gedwongen om een huis vlakbij in te vluchten. Ze konden niet naar hun eigen huis terug en bleven een hele tijd gescheiden van hun baby. Meer dan ooit zijn Mary en ik opgelucht dat er tijdens en na de geboorte van Tamer niets gebeurd is. Vanmiddag hoorde Mary dat tijdens het weekend de zwangere zus van een vroegere buur weeën kreeg en een ambulance belde, maar er kon geen enkele auto bij haar huis komen omdat dat in een buurt ligt waar het erg spannend is. Tenslotte ging ze lopend, en gelukkig wist ze op tijd het ziekenhuis te bereiken. In haar buurt (Wadi Ma'aleh) kunnen mensen hun huis niet eens uit als het uitgaansverbod is opgeheven en nu zijn er ernstige tekorten aan eten en medicijnen. Een vriend van ons, die sociaal werker is, wordt de hele tijd gebeld door mensen uit die buurt die haar om raad vragen: wat moeten we met de kinderen doen, hoe komen we aan eten? Ze heeft gehoord dat tegenover de moskee op het Plein van de Kribbe de tweede verdieping van een familie werd overgenomen door soldaten die er een puinhoop van maakten in de kamers, meubels vernielden, en uitwerpselen op de vloer achterlieten. Andere mensen in datzelfde oude deel van het centrum van Bethlehem zijn ook weggejaagd, of gedwongen om in een klein deel van hun huis te bivakkeren. Dit gebeurt vooral in gebouwen waar scherpschutters positie hebben gekozen.
Op de plaatselijke TV zien we een Israëlische luchtballon boven het complex van de Geboortekerk hangen, blijkbaar om te filmen wat er binnen en rondom gebeurt en om in de gaten te houden of er mogelijk geprobeerd wordt om eten de kerk in te krijgen, waar zowel de priesters als de Tanzim die daar hun toevlucht hebben gezocht aan van alles gebrek hebben.
* * *
Het ergste wat de mensen kan gebeuren - behalve gewond of gedood worden - is het doorzoeken van hun huizen. Mary had er laatst een nachtmerrie over. Gelukkig is het - nog - niet in onze buurt gebeurd. We hebben verhalen gehoord van beleefde soldaten die de huisraad met rust laten maar ook verhalen van wreedheden en vernederingen. Soms worden de jonge mannen opgepakt en gevangen meegenomen, iets waar de ouders doodsbang voor zijn. Elias, mijn collega in United Civilians for Peace, vertelt dat vlakbij zijn huis het huis van de burgemeester doorzocht is. De man kreeg bevel om buiten in de tuin te blijven terwijl zijn dochter gedwongen werd om de soldaten iedere kamer te laten zien. De soldaten vroegen hem ook om zich uit te kleden. Hij vroeg hen: "weet je tegen wie je nu praat?" "Ja", zeiden ze, "u bent de burgemeester." Natuurlijk weigerde hij te gehoorzamen. Ik vraag me af hoe hij in de toekomst met Israëlische burgemeesters zal praten.
In onze buurt redden we het min of meer. Anders dan veel anderen hebben we nog wel electriciteit, water en telefoon, en kunnen we eens per drie dagen het huis uit. Misschien dat over een tijdje de winkels door hun voorraden heen raken. Maar het niets vergeleken wat er in een stad als Jenin gebeurt. Mary vertelt dat ze op de radio een moeder hoorde die vertelde dat de bulldozers haar huis vernielden om plaats te maken voor een weg door het kamp heen. Op het moment van het interview was ze wanhopig op zoek naar haar kindje van drie die nog onder het puin kon liggen.
We denken aan Jara, en denken niet. Terwijl we de wastobbe vullen voor Tamer maken we ons klaar voor één van die kleine momenten van dagelijks leven die we wel moeten koesteren - alsof we door middel van Tamer ons aan het leven vasthouden.