Een totaal verwoeste plek met uitsluitend puin Waarnemersmissie van het Autonoom Centrum
22 april 2002We vertrekken van ons slaapadres in Jeruzalem naar de Damascuspoort om te kijken of het lukt om in Nablus te komen. Al snel vinden we een taxibusje dat ons wel tot het checkpoint zeven kilometer voor Nablus wil brengen. We horen de chauffeur wel iets zeggen tegen de andere chauffeur over zijn Arabische nummerplaten (dit kan een risico zijn omdat dan kolonisten of militairen hem kunnen aanvallen). Voor de zekerheid gaat er dan ook een tweede persoon mee. De reis verloopt voorspoedig en we worden zoals afgesproken bij het checkpoint afgezet. We lopen met een vanzelfsprekende houding langs de eerste afzetting met militairen maar bij de laatste wordt ons naar onze paspoorten gevraagd en naar wat we komen doen. Het blijkt dat alleen UN en pers toegelaten worden, met andere woorden we kunnen er ook na aandringen niet door. Dus we lopen maar terug naar het dicht bijzijnde dorp waar we verwachten, naar onze vorige ervaringen, wel via een andere weg Nablus ingesluisd te kunnen worden. En inderdaad: een taxi brengt ons naar een ander dorp waarvan een pad over de heuvels naar Nablus leidt. Veel Palestijnen gebruiken dit pad en er staat zelf een stalletje met frisdrank en falaffel aan het begin van het pad. Ook ezeltjes om bagage mee te dragen staan klaar; je moet namelijk eerst een berg op. We huren een ezel met begeleider en lopen een klein uurtje door een prachtig landschap naar de andere kant van de berg. Het lijkt wel een adventure-vakantie van de moderne yup (of aktievoerder?). Aan de andere kant staan taxi's klaar die ons Nablus in rijden. Het Israëlische leger is gister om 12 uur met tal van tanks uit Nablus teruggetrokken tot aan de rand van de stad. Bij het checkpoint zien wij inderdaad een lange file tanks.
In Nablus zoeken we naar een slaapplaats en na een uurtje vragen en rondlopen worden we vrij toevallig door iemand aangesproken die blijkt te werken bij het UPRMC (Union of Palestinian Medical Relief Comittees, dezelfde organisatie die ons in Jenin en omgeving op weg hielp). Hij brengt ons naar het gebouw van het UPRMC waar we net als in Jenin hartelijk worden ontvangen. We brengen daarna nog een bezoek aan het gehavende historische 2000 jaar oude centrum van Nablus. Hele historische panden zijn compleet vernield en op een plek zien we net zoiets als een Jenin maar dan een kleinere uitvoering: een totaal verwoeste plek met uitsluitend puin. Het blijkt dat hier een aanval van F16´s is geweest en ook een speciale bom is gebruikt. Net als in Jenin staan groepjes mannen te graven op plekken waar ze verwachten dat lichamen liggen. De priester van de Grieks Orthodoxe kerk, die bij dat bombardement zwaar beschadigd is, vertelt dat het voor het bombardement al drie dagen heel rustig was in dat gebied. Ook is hij door het Israëlische leger gewaarschuwd voor het bombardement er werd hen gezegd dat het hele gebied opgeblazen zou worden. Met andere woorden, het was geen aanval op gewapende strijders maar een bewuste geplande vernietiging. Wat opvalt, dat overal in Nablus al gewerkt wordt om de stad weer leefbaar te maken, zoals puinruimen, straten vegen, autowrakken opruimen, enz.. We zien zelfs op een verwoeste plek al dat er een nieuwe betonvloer wordt gestort, dit een dag nadat het Israelische leger is vertrokken. Verder horen we veel verhalen over verdwenen geld, het niet toelaten van ambulances, het niet waarschuwen voor gerichte bombardementen. Een man laat ons de binnenkant van zijn huis zien: terwijl de buitenkant heel lijkt te zijn, is het van binnen helemaal verwoest. Hier drongen de soldaten binnen, en nadat ze iedereen gearresteerd hadden brachten zij op verschillende kamers explosieven aan, en bliezen de boel op. De man zelf werd een aantal dagen vast gehouden op verdenking van......: het vervaardigen van explosieven. Er zijn meerdere verhalen van mensen die die verdenking op zich kregen nadat soldaten triomfantelijk hun huis uitkwamen met een of ander stuk buis in de hand.
Later maken wij kennis met een paar Engelse vrijwilligers die hier al een tijd zijn. In Engeland zijn ze actief in de Trident ploughshares. Zij vertellen het verhaal nogmaals dat wij van de groep Fransen die wij in Jenin ontmoetten hebben gehoord, maar dan van hun kant. Zij waren namelijk samen met de Fransen en een viertal Palestijnse artsen en hulpverleners, die probeerden medicijnen naar een van belegerde vluchtelingenkampen te brengen. Bij een checkpoint werden de soldaten erg nerveus en wilden de Palestijnen van de 'internationalen' scheiden, wat deze weigerden. Uiteindelijk werden ze 'manu militari' gescheiden, waarbij de Fransen uit het gebied zijn gezet. Een van de Engelse werd vrij ernstig mishandeld, en de Palestijnen raakten hun mobiele telefoon en geld kwijt. Zij vertellen ook dat ze gisteren nog tanks hier in de buurt hebben zien schieten in de richting van een van de vluchtelingenkampen. Er schijnen ook drie schaapherders diezelfde dag gedood te zijn. Net als in Jenin is het IDF kennelijk 'klaar' met de stad en is bezig nu met het schoonmaken van de dorpen eromheen.
Wij spreken ook met de coordinator van het UPMRC (Union of Palestinian Medical Relief Commitees) voor de hele regio. Doordat de meeste kopstukken van de Palestijnse Autoriteit afwezig zijn (dood, gevangen, nog niet terug ivm veiligheid) hebben de directeuren van verschillende hulpinstantie's en organisaties een soort coordinatie gevormd. Dankzij dit gaat de wederopbouw redelijk voortvarend. Zij zijn hier duidelijk al iets verder dan in Jenin wat organisatie en inventarisatie betreft, maar het is ook al drie dagen later. Cijfers worden langzaamaan iets concreter: ongeveer 100 doden ( 75 gewonden en geidentificeerden, 27 vermoedelijk nog onder het puin of vermist), 500 gevangen genomen (waarvan 100 nog vast in Israel), ongeveer 30 gewonden, 126 gezinnen zonder dak. Er zijn bij het joyriden met tanks in de oude stad zo'n 1500 auto's vernield. Alle belangrijke religieus/culturele gebouwen zijn gehavend, zoals de El Hadra moskee (stamt uit de Byzantijnse tijd). Ook scholen zijn gericht vernield.
Morgen is een 'vrijwilligersdag' georganiseerd, om puin te ruimen bij de ergste plekken in de oude stad. Wij willen s'ochtends gaan meehelpen en 's middags weer interviews doen. Wij moeten ook nog naar het Balatah vluchtelingenkamp, waar de vernielingen heel erg schijnen te zijn. Dit wordt waarschijnlijk overmorgen.