De patstelling blijft Heleen ter Ellen/United Civilians for Peace in Ramallah
28 april 2002Het is ongeloofelijk maar waar: deze - misschien wel laatste - nieuwsbrief komt wederom uit Ramallah. De tanks zijn uit tweederde van de stad verdwenen, het checkpoint is weer geopend voor mensen met de 'juiste' identiteitsbewijzen, en wij zagen geen reden om nog langer in Jeruzalem te blijven. Drie weken lang was Ramallah bijna hermetisch afgesloten van de buitenwereld, drie weken lang was een uitgaansverbod van kracht, op enkele uren per week na. Drie weken lang werd de stad en haar inwoners dag en nacht bestookt met Israëlisch vuur. Het Palestijnse verzet heeft hier niet erg lang stand gehouden. Arafat en zijn medewerkers worden nog altijd omsingeld door tanks in zijn compound. Meer dan dertig buitenlandse vredesactivisten zijn bij hem, in wat nog over is van zijn kantoor. Ik weet niet of hij nog in leven zou zijn als hij deze menselijke schilden niet om zich heen had gehad. Maar de patstelling blijft. Er is nu sprake van dat Israël hem wil 'overplaatsen' naar Gaza. Als dat zo is, dan is dat weer een stap verder in de Israëlische strategie: Gaza mogen de Palestijnen hebben - op wat Israëlische nederzettingen na - daar mogen ze hun Staat stichten (een stuk land zo groot als Texel...waar niet veel meer van infrastructuur overeind staat). De Westbank komt volledig onder Israëlische controle,en de overgebleven Palestijnen daar mogen in hun bantoestans wonen, en moeten voor elke stap die ze zetten in hun Palestijnse patchwork een vergunning aanvragen bij de Israëlische autoriteiten. Tenzij de 'transfer', dwz deportatie of etnische zuivering toch nog gerealiseerd kan worden. Want dat wil Sharon het liefste. Dit is absoluut niet een uit de lucht gegrepen verhaal. In vele Israëlische krantenartikelen wordt hier openlijk over gepraat, soms afkeurend, soms goedkeurend.
Radeloos Ramallah
Maandag 15 april doen Johan en ik een eerste poging om Ramallah in te komen, al was het maar voor een paar uurtjes. Het uitgaansverbod wordt voor een paar uur opgeheven, dus wie weet kunnen we even bij ons huis langsgaan, schade opnemen in de stad, wat vrienden zien...De sfeer bij Qalandia voorspelt niet veel goeds. De soldaten schreeuwen, duwen en schieten over de hoofden van de mensen heen als ze niet snel genoeg achteruit gaan naar hun zin. Hoeveel explosies en knallen ik ook gehoord heb, het jaagt me elke keer weer schrik aan. VN-medewerkers (met hulpgoederen) kunnen praten als Brugman, maar blijken ook weer tegengehouden te worden. Het weer draagt bij aan de bedreigende sfeer: het is bewolkt, benauwd en er waait een stevige warme wind die veel stof met zich meedraagt. Een jonge Nederlandse freelance-journalist is met ons meegegaan. "Waarom draag je in hemelsnaam een CNN-tshirt?" vraag ik hem (Op zijn t-shirt staat in grote letters "Watch CNN"). CNN is toch niet het toonbeeld van evenwichtige nieuwsgaring. "Ik heb geen geld voor een kogelvrij vest", antwoordt hij. Als we na anderhalf uur tevergeefs wachten en nuttig waarnemen willen vertrekken, zien we hoe twee 'toeristenbussen' komen aanrijden en hoe de blokkades opzij worden geschoven voor doorgang naar Ramallah. Ik vraag me net af welke toeristische organisatie dit gedaan kan krijgen, als ik door de enorm stoffige ramen ineens de mannen zie zitten: voorovergebogen, de handen vastgebonden, wezenloos voor zich uitstarend. Amnesty-achtige beelden komen onmiddellijk in mij op. Dit zijn Palestijnse arrestanten die worden vrijgelaten! Ik zou hun verhalen graag aanhoren, maar ze worden aan de andere kant van het chceckpoint losgelaten. Ik zie ineens overal op de grond hardplastic reepjes waarmee de soldaten de handen van de arrestanten pleegt vast te binden. We keren weer terug naar Jeruzalem. Halverwege ontmoeten we Ibrahim, die Ramallah heeft kunnen uitkomen na 17 dagen. Ibrahim is een van onze 'gidsen' in Ramallah. Hij ziet er vermagerd uit, en heeft een bijna verwilderde blik in zijn ogen. Hij is tot 2x toe een nachtlang vastgehouden, samen met honderden anderen. In de regen en kou, handen vastgebonden, zijn telefoon kapotgegooid. Ze konden niets verdachts vinden, dus hij werd weer losgelaten. Hij heeft geen rooie cent meer, maar gelukkig heeft hij wel onderdak bij een vriend. Ik koop een Arabische krant, want ik zie dat deze volstaat met foto'svan Jenin. De beelden zijn hartverscheurend. Ik hoop dat de media zo snel mogelijk er naartoe gaan en kunnen. En dat de waarheid boven tafel komt van wat daar echt gebeurd is. Wij zullen zelf maandag 29 april t/m woensdag 1 mei, samen met Deense waarnemers, mensen gaan interviewen in Jenin. Hun verhaal optekenen. Hopelijk krijgt de VN-commissie die daar dan ook is, een duidelijker beeld van de ware toedracht. Wat me elke keer wel verbaast, is dat wij zo weinig Nederlandse correspondenten tegenkomen op de Westoever (en in Gaza). Deze week ontving ik een artikel van Stan van Houcke, de VPRO-journalist die dit conflict al 12 jaar volgt en ook nu weer de feiten boven water probeerde te halen. Hij neemt de waarschuwing rond Srebrenica serieus. Hij heeft nu materiaal verzameld in de bezette Palestijnse gebieden en zal in september 5u lang radio uitzenden met als vraagstelling: "Wat wisten we en wat hebben we gedaan?" Veel van de gebeurtenissen en bijeenkomsten (petitie, persconferenties mensenrechtenorganisaties, demonstraties...) die Stan van Houcke beschrijft heb ik bijgewoond. Ik was ook op de demonstratie bij Ramallah, en werd voor het eerst van mijn leven op traangas en geluidsbommen getracteerd, zonder dat daar ook maar de minste aanleiding toe was. Het was absoluut een vreedzame demonstratie, en ik heb met afgrijzen gezien hoe soldaten die minzaam glimlachend achter de blokkades stonden, het volgende ogenblik traangas gooiden. Ik kan vertellen dat de paniek enorm was en dat je bijna niet meer kunt ademhalen. Ik had later last van mijn (verder bijna verdwenen) astma. Toen de demonstranten (waaronder vele vele joden en Europeanen) het waagden terug te keren, kregen ze behalve meer traangas ook flink met de stok ervan langs.Maandagavond 15 april wordt in Israël Rememberance day gevierd, de dag van de gevallenen in de verschillende Israëlische oorlogen. Om 22.30u is daar ineens het vuurwerk, harde harde knallen bij de westelijke muur van de Oude Stad. Afgezien van het feit dat ik het wanstaltelijk vind om in deze weken van massaal bloedvergieten en geweld op deze manier te gedenken, met vuurwerk (alsof er nog niet vuurwerk genoeg is!), snap ik niet wie je nog plezier doet met dit geknal. Mijn eerste gedachte was: shit, een Palestijn heeft zich weer opgeblazen! Tot ik de kaleidoscoop van kleuren in de warme nacht zag oplichten. Als Israëlische kinderen toch al getraumatiseerd zijn door explosies, waarom dan dit gekozen? Ik hoor de volgende dag dat velen waren geschrokken.
Bezoek aan joodse slachtoffers
Woensdag 17 april besluit ik samen met een collega en enkele Israëlische vredesactivisten slachtoffers van de laatste Palestijnse zelfmoordaanslag op te gaan zoeken in het bekende Hadassa-ziekenhuis in Ein Karem. Als we door Israël rijden met de taxi sta ik versteld van het grote aantal Israëlische vlaggen: op alle gebouwen, op auto's, bromfietsen, kinderwagens....de maand april is sowieso een maand van vele herdenkingen, maar het nationalisme viert ook hoogtij, zoveel is duidelijk. Bij het ziekenhuis raken de Israëlische vredesactivisten aan de praat met een religieuze joodse vrouw. Een van hen, Linda, vraagt haar wat ze van de huidige complexe situatie denkt. "Het is niet complex. Het is zoals altijd. Wat je hen [de Palestijnen] ook geeft, ze willen ons allemaal de zee in drijven. Israël zou veel harder moeten optreden, en eensgezinder". Linda vraagt haar wat zij zou doen als ze de baas was. "Ik zou wat jullie de Westoever en Gaza noemen opnieuw volledig bezetten, en de Palestijnen autonomie geven in enkele gebieden, maar zeker geen Palestijnse staat. Dat was hen ook nooit beloofd! En Arafat, die dictator, zouden ze onmiddellijk moeten elimineren. Hitler hebben ze uiteindelijk toch ook gestopt?" Ze vraagt mij wat ik hier doe. Zodra ik het woord 'burgerwaarnemer' noem, draait ze haar hoofd af - er is helaas geen gesprek met haar mogelijk, haar lichaamstaal spreekt boekdelen. Ik ben blijkbaar bij voorbaat verdacht.We wachten drie uur lang op een mogelijkheid om een slachtoffer te bezoeken, maar om alerlei redenen blijkt dit niet mogelijk. Ook hier weer is 'security' een belangrijke afweging. Wat komen wij hier doen, wie zijn we...overigens wel begrijpelijk. Barbara, een Israëlische 'extreem-linkse' vriendin die er ook bij is, vertelt tijdens het wachten over haar voortdurende worsteling: moet ze in Israël blijven of het land verlaten? Ze is vreselijk bang voor wat komen gaat, denkt dat Israël helemaal aan het afglijden is en dat er weinig hoop meer gloort voor het vredesproces. De kans dat de hele regio gaan ontploffen en dat massavernietigingswapens zullen worden ingezet acht zij niet ondenkbaar. En door de huidige verrechtsing in Israël, wordt het steeds moeilijker om je er nog thuis te voelen. Van de andere kant is het juist nu belangrijk om tegenstemmen te laten horen. En ze heeft in het vredeskamp zoveel bijzondere vrienden, er zijn zoveel prachtige joodse mensen uit zoveel delen van de wereld. Ik kan me haar vertwijfeling heel goed voorstellen. "It's easier to get out of Israel then get Israel out of me" zegt ze in een variant op: 'het is makkelijker om een kind uit de oorlog te halen dan de oorlog uit een kind.' Hoewel het solidariteitsbezoek dus uiteindelijk niet kan plaatsvinden, is er nog wel een ander bijzonder voorval: ik spreek een jonge joodse vrouw die een vriendin blijkt te zijn van een van de slachtoffers. Ik vraag haar een bericht over te brengen. Als ik haar uitleg wie we zijn en wat we doen, zegt ze: "oh, maar dan kunnen we Nederlands spreken!" Ze blijkt een nieuwe joodse immigrant uit Nederland! Een hele spontane vrouw, die het ontzettend goed vindt dat er waarnemers vanuit andere landen naar dit gebied komen. Ze is zelf absoluut niet actief in de vredesbeweging, maar ze ziet wel dat de joden en de Palestijnen er samen niet meer uitkomen. We besluiten nog een keer af te spreken voor een interview, en ze nodigt me zelfs uit voor haar verjaardag de volgende dag. Hè, zoiets geeft de burger(waarnemer) weer moed! Een andere joodse vriend van het slachtoffer waardeert ons bezoek, maar zegt "We need to get all the Palestinians out [of the occupied territories]".Tja, veel gematigde geluiden hoor je niet deze dagen.
Het sluipende nederzettingenbeleid
De volgende dag bevind ik me weer in de realiteit van de Palestijnen. Naast ons hotel, de YWCA in Oost-Jeruzalem, dat Palestijns is, worden drie families, in totaal 52 mensen, bedreigd met evacuatie. Ze wonen er al meer dan 50 jaar, hebben eigendomspapieren, maar die worden niet erkend door Israël. Wat hier gebeurt is onderdeel van het voor het 'vredesproces' zeer ondermijnende nederzettingenbeleid van Israël. Niet alleen worden er voortdurende nieuwe nederzettingen gebouwd op Palestijns land, ze verdrijven ook Palestijnen uit hun huizen, met behulp van het leger, en zetten er joden voor in de plaats. Ook Oost-Jeruzalem wordt op deze manier geïnfiltreerd. In de wijk waar de YWCA staat zijn al enkele huizen door joden ingenomen - da's heel duidelijk, want er wappert altijd meteen een joodse vlag. Over provocatie gesproken. De 52 mensen die nu met uitzetting worden bedreigd, hebben van alles geprobeerd via advocaten en processen om de ramp te voorkomen. Ze hebben geen enkele andere plek om naar toe te gaan. Er is een Israëlische organisatie, de Israeli Committee against House Demolitions, die zich al meer dan 20 jaar verzet tegen deze praktijken. Ook nu zijn er Israëlische vredesactivisten komen opdagen om de families te beschermen. Alleen weten we allemaal dat als het leger komt, met bulldozers (veel huizen worden verwoest) en geweren en traangas, dat het protest niet meer dan een teken van solidariteit is. Op korte termijn win je het nooit van militaire overmacht. Ook wij, waarnemers, lossen elkaar af bij de drie huizen. Vanaf 8u deze ochtend is het evacuatie-bevel van kracht, dus het wachten is nu begonnen. Elk half uur rijdt de Israëlische politie langs. Er zijn nu nog te veel persmensen en vredesactivisten, dus ze zullen wachten tot een later tijdstip, misschien een dag of wat later, als er minder 'belangstelling' is. Althans, dat is onze indruk.Geen zin in een feestje
Via-via krijg ik deze dag ook videomateriaal te zien van Jenin, gemaakt door een Amerikaanse vredesactivist die er is binnengekomen vlak na de bombardementen. Ik zie beelden van lijken in plastic zakken die op een vrachtwagen worden gelegd door Palestijnse mensen, beelden in een huis van lijken die al door maden worden aangevreten. Gesprekken met inwoners van Jenin, nog zwaar onder shock, nog in onwetendheid over wat er precies is gebeurd. De waanzinnige verwoesting van huizen in het hart van het kamp...Ik ben onder de indruk van een oude man die na bijna 3 weken grootschalig geweld voor de videocamera zegt, nee, smeekt: "Wij willen geen oorlog, wij willen in vrede leven met de joodse buren." Samen met een Spaanse journalist, die het materiaal ook bekijkt, besluiten we een copie te gaan maken van de tapes. Je weet maar nooit waar het goed voor is. Na het zien van de beelden van Jenin heb ik de moed en energie niet om naar het verjaardagsfeestje van Edith te gaan, de joodse Nederlandse die ik in het ziekenhuis ontmoette. Ik bel haar op om haar te feliciteren en leg haar uit dat ik haar graag een andere keer interview. Als ik vertel over Jenin, is ze oprecht geschrokken. En ze wil weten wat wij waarnemen. "Weet je, wij horen nauwelijks over wat er gaande is aan de andere kant. En ik moet zeggen, de meesten willen het ook niet weten, ze sluiten zich ervoor af. Een vriend van mij die in het leger zit vertelde mij dat ze heel zorgvuldig te werk gaan. Dat ze echt niet zomaar bij mensen binnenvallen, maar altijd eerst aanbellen." Ik vertel haar dat dat een uitzondering is op de regel. Ik vertel haar over de vele deuren die zijn opengebroken, met explosieven zijn opgeblazen, over de gaten die in de muren zijn gemaakt, zodat de soldaten dwars door rijen huizen konden heengaan. Edith zegt: "We moeten echt snel een keer afspreken. Ik vind het heel belangrijk om jullie verhalen te horen!'' Ik ben blij met haar reactie.Vandaag keert de Amerikaanse Powell onverrichterzake terug naar de VS. Hij heeft geen 'staakt-'t-vuren' kunnen bereiken. De meeste Palestijnen hadden er toch al geen vertrouwen in. "Wie moet er hier het vuren staken? De hele Westoever ligt onder Israëlisch vuur!"
Vrijdag 19 april: De berichten over Jenin blijven binnenkomen. Westerlingen die met hulptransporten zijn meegeweest en eindelijk zijn toegelaten, geven een persconferentie. Zwaar aangedaan. Ze vertellen over de overweldigende stilte in het kamp na het overdonderende geweld, over de smeekbede van de vluchtelingen wier huis is verwoest, die alles hebben verloren, opnieuw vluchteling zijn gemaakt, om een tent te mogen opzetten op hun oude plek. Ze willen hun vluchtelingenstatus niet verliezen, want daarmee verliezen ze de bescherming van de UNHCR. Welk houvast hebben deze mensen nog? Ze vertellen over de enorme verwarring, wie zijn er gedood, waar is iedereen? In het puin zijn mensen met emmertjes aan het graven. Misschien liggen er nog geliefde familieleden onder het puin.Amerikanen in de zaal bieden hun excuses aan voor de Amerikaanse steun aan Israël, de wapenleveranties, de 3 miljard dollar directe steun per jaar...
Ondertussen zijn wij bezig met de voorbereiding van een voedseltransport naar Nablus, wederom met Ramzi Zananiri van ICC, die ons ook heel zorgvuldig in en uit Ramallah heeft geloodst. We besluiten dit keer het brengen van voedsel te koppelen aan het afnemen van interveiws, als de veiligheidsituatie dat tenminste toelaat. Nablus schijnt ook enorm getroffen te zijn. We bellen over vertalers, coordinatie ter plaatse. Ook de Deense waarnemers hebben belangstelling - we zullen samen een rapport proberen op te stellen, waarin we onze interviews zullen bundelen. Dan kan dat ook worden doorgestuurd naar mensenrechtenorganisaties e.d.
Nablus blues
In de ochtend van maandag 22 april vertrekken we met 5 trucks voedsel naar Nablus. Behalve Ramzi zijn we met 4 van de Nederlandse en 2 van de Deense waarnemers. De tocht naar Nablus verloopt redelijk voorspoedig, Ramzi blijkt het weer goed gecoordineerd te hebben met het leger. Als we in de buurt van Nablus komen, zien we het Israëlische militaire kamp Huwara al liggen. Ik zit naast de chauffeur van een van de trucks, lekker hoog dus, en kijk met stijgende verbazing naar het grote aantal tanks en pantserwagens en ander militair tuig dat de stad komt uitrijden. Ze zijn gisteren begonnen met terugtrekking uit de stad. Ik constateer ook dat er bij mij al een soort gewenning begint plaats te vinden bij de aanblik van tanks. Maar aan het geluid van tanks als ze over asfalt rijden wen ik nooit. Dat is zo afschrikwekkend.Na een tijdje worden we ook Nablus binnengelaten. Dit is de tweede dag dat het uitgaansverbod is opgeheven en de stad weer vrij kan ademhalen. Het is wrang en ontroerend tegelijk hoe wij worden binnengehaald in deze stad waar een spoor van verwoesting is getrokken. Kinderen zwaaien en roepen, mannen en vrouwen, jong en oud, staan stil om naar ons te kijken en lachen naar ons of maken een V-teken. Het is duidelijk hoe afgesloten ze zich hebben gevoeld, en hoe blij dat er hulp en aandacht van buiten komt. Het is bijna alsof ik de koningin ben en in een gouden koets voorbijrijd. Ik voel me opgelaten. Er is een politieke oplossing nodig voor dit conflict, geen pleisterplakkerij...
Nablus is een van de oudste steden op de Westoever, met veel cultureel erfgoed dat op de Unesco-monumentenlijst staat. Als we een 'rondleiding' krijgen door het oude centrum word ik volkomen sprakeloos. Onwaarschijnlijk wat hier opzettelijk verwoest is. Een krater is geslagen midden in het centrum, vele vele huizen totaal verwoest, geen enkele straat is nog intact, en we moeten heel erg oppassen voor instortingsgevaar van huizen en gebouwen en winkels. Ook de inwoners van Nablus, die nog moeten wennen aan de herwonnen 'vrijheid' ontdekken met afgrijzen hun stad weer. Ook hier weer het verdrietige tafereel van mannen die emmertjes puin wegscheppen, op zoek naar verdwenen familieleden. Hier is dringend groter materieel nodig, hoe kunnen deze mensen dit nu alleen oplossen?
's Avonds, als we teruggaan naar Jeruzalem staan we in de file - een lange file van tanks op opleggers. Ramzi probeert tussen de tanks door te slalommen. Als je omkijkt, kijk je in de gigantische loop van een tank, als je voor je kijkt, kijk je tegen de enorme rupsbanden aan. En wij rijden daar tussenin, met ons busje van de Middle East Council of Churches, onze hoofden vol met de beelden van de verwoesting, van de bevolking die alweer aan het schoonmaken en repareren is geslagen (voor hoe lang dit keer?), maar vooral onze harten zwaar van de intrieste verhalen...
Complete machteloosheid
Maar deze toch al zware dag krijgt nog een onverwachte afsluiting. Ik lig al in mijn bed, als ik om 23.30u ineens sirenes en geschreeuw en het geluid van brekend glas hoor. Als ik door het raam kijk wordt mijn vrees bewaarheid: de huisuitzetting is begonnen. Het Israëlische leger en de politie heeft een oppervlakte van wel 100 m2afgezet met jeeps en politiebusjes. Minstens 80 soldaten zijn op de been en 50 politiemensen. De vredesactivisten die in de huizen sliepen ter bescherming, worden onzachtzinnig naar buiten gesleept, er wordt traangas gegooid, de families worden er uit gezet. Vervolgens gaan soldaten aan het werk om de meubels in te laden in een gereedstaande 'verhuisauto' (gehuurd door het leger - de families zullen de rekening gepresenteerd krijgen of zijn anders ook hun meubels kwijt. Joost mag weten waar ze die meubels moeten laten nu). Vanaf de derde verdieping sta ik met groot ongeloof dit tafereel te aanschouwen, rillend in mijn pyama (het is nog altijd te koud hier), en ik heb me nog nooit zo machteloos gevoeld. Ik zie enkele gasten van de YWCA buiten staan, maar ze worden tegenggehouden door de soldaten. Vooral een vrouwelijke soldaat doet erg agressief. Ook staan er paar van onze waarnemers. Om iets te doen met mijn gevoel van machteloosheid, schiet ik ook maar mijn kleren aan en ren naar buiten. Dat verergert het gevoel alleen maar. Als we dichterbij proberen te komen, worden we met geweren weer teruggedrongen. Ik vraag de vrouwelijke soldaat wat zij zou voelen als het haar ouders waren die op een dergelijke manier met kinderen en al uit hun huis zouden worden gezet. Ze duwt me terug, arrogante blik in haar ogen, en gaat wijdbeens grapjes staan maken met haar mannelijke collega's. Zijn ze dan allemaal afgestompt voor het leed van anderen? Ik kan het niet meer aanzien, en klim de trappen weer op naar mijn kamer. Als ik in mijn bed lig vraag ik me af of ik oordopjes zal indoen zodat ik het geschreeuw en gedoe buiten niet hoor, maar ergens vind ik dat op zijn minst luisterend moet waarnemen. Pas tegen 3u 's nachts is de operatie afgerond. Ik slaap slecht die nacht.De volgende dag zie ik vanuit mijn raam dat in de tuin van een van de door de joden al eerder ingenomen huizen, zo'n 100 meter verderop, een bijeenkomst is, dat er met Israëlische vlaggen wordt gezwaaid, wordt gezongen, gegeten en gedronken. Zouden ze drinken op de 'overwinning'? Vandaag zit ik vol met tranen. Het is allemaal even te veel en te uitzichtloos. Tussen de huilbuien door werk ik de interviews van Nablus uit. Rond 5 u 's middags loop ik even naar buiten voor een boodschapje. Ineens komt daar dat kleine Palestijnse meisje weer aanrennen. Ik weet alleen dat ze Riim heet. De eerste keer dat ik haar zag, gewoon op straat, kwam ze me spontaan een bloem brengen. En op de een of andere manier kwam ik haar elke keer weer tegen. En dan vloog ze op me af en klemde haar armen om me heen. Haar oudere zusjes stonden dan verlegen lachend toe te kijken hoe hun spontane zusje zomaar een vreemdeling omhelste. Ook nu weer springt ze om mijn nek. We houden elkaar langer vast dan normaal. Ze moest eens weten wat er in mij omgaat vandaag. En wat een troost ik ervaar in deze omhelzing...
Ik zou nog vele vele verhalen moeten vertellen - over wat ik aantrof in Ramallah, de verwoesting in ngo's, ministeries, culturele centra, winkels, banken, het meenemen van alle informatie, het doden, het plunderen en stelen, over het weerzien met vrienden, over de soldaten die in zovele huizen zijn geweest en zich hebben misdragen, ouders hebben vernederd voor de ogen van hun kinderen, over de arts die moest toezien hoe gewonden op straat doodbloedden, over het babytje van Hudaifa, 6 maanden jong, dat al 8 dagen niet meer wil eten vanwege de traumatiserende ervaring van alle explosies om haar heen...over de rozen in onze tuin die bloeien en geuren alsof er niets is gebeurd, en het nestje met kolibri's voor mijn raam...maar we moeten ons alweer voorbereiden op het vertek naar Jenin, waar we 2 tot 3 dagen zullen blijven om getuigenissen af te nemen. Dus mijn andere verhalen houden jullie nog ten goede. Ik moet eens goed nadenken wat ik met de ervaring van de afgelopen 3 maanden ga doen. Volgende week, voor ik vertrek, beloof ik jullie nog een laatste nieuwsbrief. Als jullie Koninginnedag vieren en een harinkje happen, zitten wij in Jenin. Dat wordt geen oranje Koninginnedag.
Helena ter Ellen, Netherlands United Civilians for Peace-volunteer in Israel/Palestine February - May 2002
Meer informatie: www.unitedcivilians.com