|
| de vredessite / nieuwe oorlog 2006 | Vragen en antwoorden over de confrontatiepolitiek met Iran Een analyse van Karel Koster Het overgrote deel van de media berichtgeving suggereert dat Iran een kernwapen programma heeft of bijna een kernbom gebouwd heeft. Dit is onjuist. De rapporten van het Internationale Atoomagentschap (IAEA zie hieronder) stellen ondubbelzinnig vast dat er geen bewijs is dat nucleair materiaal naar een kernwapenprogramma is geleid. De verwarring ontstaat omdat ieder land dat over een deel van of de volledige nucleaire cyclus beschikt, in staat is om zowel kernenergie op te wekken, als een kernwapen te maken. Dat betekent toch dat Iran geen nucleair programma mag hebben? Nee, dat betekent het niet. Iran heeft net als de meeste landen het nucleaire Non-proliferatie Verdrag (NPV) ondertekend. Dat houdt in dat ze geen kernwapens mogen hebben, maar wel volledige toegang tot alle technologie nodig om nucleaire energie te produceren voor vreedzame doeleinden. In artikel 4 van het verdrag staat het zo: “Geen enkele bepaling in dit Verdrag mag worden uitgelegd als van invloed te zijn op het onvervreemdbare recht van alle Partijen bij het Verdrag om het onderzoek met betrekking tot en de productie en het gebruik van kernenergie voor vreedzame doeleinden zonder discriminatie en in overeenstemming met de Artikelen I en II van dit Verdrag te ontwikkelen.” Waarom wordt er dan zo moeilijk gedaan? Dat zit hem in het dubbelzinnige karakter van de nucleaire technologie. Simpel gezegd: diegenen die in staat zijn om met kernreactoren energie op te wekken zijn ook in staat om een kernbom te maken. Het NPV legt een onderscheid en stelt vast dat een ondertekenaar alleen een nucleaire infrastructuur mag opbouwen voor vreedzame doeleinden (met als belangrijke uitzondering de vijf kernwapenstaten ondertekenaars die lid zijn van de Veiligheidsraad die erkend worden als zodanig, maar zich verplichten om nucleair te ontwapenen). In Iran was het regiem van de Sjah hiermee begonnen met steun uit de VS in de zestiger jaren. Deze leverde een aantal experimentele kernreactoren en legde de basis voor het programma. Dit werd na de revolutie van 1979 uitgebouwd met als doel om een volledige nucleaire cyclus aan te leggen. In het geval van Iran werd in 2002 bekend dat het land een stuk verder was met haar nucleaire programma dan verondersteld. Iran stemde toen in met een uitgebreide inspectieproces door het IAEA (zie hieronder). Iran heeft genoeg olie en geen kernprogramma nodig Dat is alleen een tijdelijke situatie. De Iraanse regering bereidt zich voor op een toekomst waar de olievoorraden opraken en andere energiebronnen gevonden moeten worden. Ze heeft er voor gekozen om dat met een uitgebreid kernreactor programma te gaan doen. Uiteraard gelden de bezwaren die men heeft tegen kernenergie als zodanig ook voor Iran. Houdt iedereen zich aan de NPV verplichtingen? Nee, dus is ook internationale, door iedereen erkende, controle nodig. Het Internationaal Atoomagentschap (IAEA) in Wenen, dat al voor de ondertekening van het NPV (1968) was opgericht in de vijftiger jaren om toezicht te houden op nucleair materiaal (splijtstof), is ingeschakeld om de beloftes van de NPV ondertekenaars te controleren. De inspecteurs van het IAEA hebben tot taak om in een lidstaat te controleren dat nucleair materiaal niet gebruikt wordt om een kernbom te maken. Dit doen ze volgens bepaalde inspectie afspraken die een staat maakt met het IAEA. Wat is de IAEA? Een internationaal instituut dat zetelt in Wenen. Het beschikt over een eigen budget en bestaat uit twee componenten: het politieke deel, de bestuursraad, die toeziet op het technische werk, en het technische deel waarvoor de inspecteurs werken die in de lidstaten de nucleaire programma’s controleren. Wat de inspecteurs doen is een kwestie van wetenschappelijke metingen en analyse, op grond waarvan ze technische rapporten maken over de situatie in een land.. In Iran hebben ze de laatste twee jaar zeer veel vrijheid van handelen gehad (volgens het zogenaamde ‘additional protocol' afspraken over wat wel en niet geinspecteerd mag worden). De Bestuursraad van het IAEA heeft 35 leden, deels permanent. geeft politieke leiding en vergadert een paar keer per jaar. Rapporten van de inspecteurs worden door de directeur van het IAEA, dhr Elbaradei, aan de bestuursraad gepresenteerd. De raad beslist dan welke conclusies ze er uit trekt. Die besluitvorming is dus net als de Veiligheidsraad onderhavig aan politieke druk. In het geval van Iran is met een meerderheid besloten dat Iran haar inspectie afspraken niet genoeg naleeft en om de kwestie door te verwijzen naar de Veiligheidsraad. Hoe zit het met de inspectie van Iran? Zoals gezegd heeft het IAEA (laatst nog begin februari 2006) verklaard dat er geen bewijs is van het omleiden van nucleair materiaal om een bom te maken. Wel zijn er een reeks problemen die te maken hebben met incomplete documentatie, niet-gedeclareerde experimenten met nucleair materiaal en de aanschaf van gespecialiseerde apparatuur. Dit gaat over zaken die zich vanaf ongeveer 1985 af hebben gespeeld. Het IAEA heeft verklaard dat het hierover volledige opheldering wil. Iran van zijn kant heeft een deel van die opheldering gegeven, en geeft als verklaring voor de geheimzinnigheid het Amerikaans sanctieregiem tegen Iran, waardoor het niet op legale wijze aan haar nucleair materiaal kon komen. Daar had ze volgens art 4 van het NPV (zie boven) wel recht op. Waarom is het Iran dossier naar de Veiligheidsraad gestuurd? In de eerste instantie omdat de EU landen en de VS bijzonder onbuigzaam waren in de voorafgaande onderhandelingen. Vanaf ongeveer maart 2005 hebben de EU onderhandelaars aan Iran de eis gesteld dat dit land zou afzien van haar verrijkingstechnolgie. Dit is een cruciaal onderdeel van de nucleaire cyclus, nodig om verrijkt uranium te produceren voor gebruik in kernreactoren. Datzelfde uranium, indien verder verrijkt, is geschikt om een kernwapen te maken. De inspecties van het IAEA dienen er onder andere voor om zo een verrijkingsproces te verhinderen. EU en VS wilden eventueel verrijkt uranium leveren aan Iran, en als laatste aanbod dat Rusland laten doen. Maar Iran staat op haar recht om dit op eigen grondgebied te produceren. Het is een raadsel waarom de EU onderhandelaars hiermee niet akkoord gingen. Iran had al ingestemd met extra inspecties en controles om ervoor te zorgen dat er geen kernbommen gemaakt zouden worden. De onredelijke westerse opstelling doet vermoeden dat men uit is op escalatie. Wat wil de Amerikaanse regering? Het neoconservatieve deel van de regering stuurt aan op de volgende confrontatie. Zo heeft bijv de Amerikaanse VN ambassadeur Bolton aangekondigd dat het Iraanse nucleaire programma het equivalent is van de aanslagen van 09/11.Omdat de Amerikaanse regering de aanslagen gebruikte als een rede om Afghanistan en Irak aan te vallen, moet gevreesd worden dat ambassadeur Bolton wil dat hetzelfde met Iran gebeurt. De enige vraag is of de opvatting van Bolton die van de hele Amerikaanse regering weergeeft. Maar de VS is toch niet militair in staat om Iran aan te vallen? Vele waarnemers denken dat de VS er naast Iran geen extra oorlog bij wil. Ze gaan er daarbij vanuit dat de VS net als bij Irak weer een grondinvasie van plan is. Maar wellicht is het plan eenvoudiger: een luchtaanval op de nucleaire infrastructuur, wellicht samen met de Israeliese luchtmacht en misschien speciale eenheden die op de grond opereren. Zo hoeft het landleger niet te worden ingezet. De vraag is echter of het mogelijk is het nucleaire programma op deze manier te vernietigen. Dus toch een luchtaanval Ja, misschien. Maar alleen als de Amerikaanse leiding denkt daarmee de zaak te winnen. Misschien wil men alleen de Iraanse regering omver werpen en denkt men dat op deze manier te doen. Dat hangt af van de Amerikaanse bedoelingen en daarom is het zo belangrijk wie het in Washington voor het zeggen heeft. Voor de neo-conservatieven is een aanval een manier om hun project, het desnoods met geweld verspreiden van democratie en vrije markt, verder te brengen. En de olie dan? Die speelt ook een rol. Op zijn minst wil de VS de oliebronnen beheersen, door een permanent militair garnizoen in Irak en wellicht straks ook in Iran te plaatsen. Dat heeft het voordeel dat je ook concurrenten zoals China onder druk kan zetten. Maar de aanwezigheid van oliebronnen heeft ook een andere uitwerking. Elke bijna-crisis en zeker een oorlog heeft een sterke prijsverhoging van de olie op de markten van de geďndustrialiseerde landen tot gevolg. Die afhankelijkheid werkt misschien remmend, maar kan ook een drijfveer zijn om alles onder controle te krijgen. Men stevent dus af op oorlog tegen Iran? Ja, zeker als de huidige politieke lijn wordt gehandhaafd. De Iraanse bevolking zal zich bij verdere escalatie en westerse dreigementen verenigen achter zijn leiders, hoe onpopulair ze ook zijn. Maar het wordt voor de Amerikaanse regering, naarmate ze onpopulairder wordt in het binnenland, aantrekkelijker om de aandacht op een buitenlandse vijand te richten. Nog maar een-derde van de Amerikaanse bevolking steunt het Irak beleid van president Bush. Hij heeft er veel belang bij om de aandacht af te leiden. Is er geen alternatief? Jawel, de EU zou zich onmiddellijk moeten afkeren van de confrontatielijn en zorgen dat de VS alleen komt te staan. Dat zal ook de Amerikaanse oppositie binnen de VS helpen om haar verzet tegen de regering Bush te versterken. Momenteel werkt het zo dat die kan wijzen op de nauwe samenwerking met de Europese bondgenoten. De EU zorgt dus voor het legitimeren van de Amerikaanse confrontatielijn. Daar moet zo spoedig mogelijk een einde aan komen. Karel Koster, 17 maart 2006 terug/back | de vredessite / nieuwe oorlog 2006 | |