Sonja van Wier vanuit de Human Rights March,
Palestina, december 2003-januari 2004
Een truck met explosieven
5 januari
Hoe blauw is de lucht. Het lijkt hier de Cote d'Azur wel. Op het asfalt van de parkeerplaats bij grensovergang Erez liggen we van de zon te genieten. Het is toch wachten geblazen. Het is niet zo eenvoudig om Gaza in te komen, ook al heb je dan een internationaal paspoort en veel vredelievende bedoelingen. Vanmorgen nog zijn leden van de Knesset, het Israëlische parlement teruggestuurd. Wij zijn met zijn vijftigen en willen er allemaal in. We hebben eten bij ons. Aan de andere kant staat een groep van dertig vrouwen te wachten. Die willen we zien. De telefoontjes vliegen weer over en weer heen en weer. Er is een degelijke strategie op gezet. Als eersten zullen de Noorse vrouwen - een stuk of zeven - proberen Gaza binnen te komen. Lukt dat niet dan gaan er twee van ons met de soldaten praten, lukt dat ook niet dan wordt de volgende ingezet, professioneel bemiddelaar bij conflicten.
We wachten en wachten en weten dat de Noorse ambassade weer op volle toeren draait om ons hulp en bijstand te verlenen. Maar het lukt niet, ook al wachten we anderhalf uur lang. Het enige succes is dat de truck met voedsel er door mag. Maar die staat bij een andere grensovergang, wij er dus heen, wachten tot hij er inderdaad door is. We zien een kilometerlange rij van vrachtwagens staan, die kruipen centimeter voor centimeter vooruit. Maar de onze heeft voorrang gekregen, die mag door, al moet de melkpoeder en wat er nog meer in mag zitten dan nog wel door de gigantische röntgenapparaat van Sharon en zijn maten. Die nemen geen enkel risico. Persoonlijk zou ik dan maar geen melkpoeder gebruiken, maar voor hen kan elke sinaasappel een bom zijn. Als ik aan Gila, onze Israëlische leidsvrouwe vraag wat er zoal aan lekkers in de truck zit, zegt ze simpel: explosives. Dat komt ervan als je hele dag met dit achterdochtige Israël te maken hebt. Wat veiligheid moet brengen loopt alleen maar op angst uit. De Israëliërs nemen zichzelf te grazen met deze regering en vredelievende vrijheidsbewuste vrouwen moeten zo nu en dan even afreageren.
Er gaat een gejuich op als de truck leeg terugkomt. Nu kunnen wij nog even demonstreren. Maar dat doen we bij Erez, de overgang waar alle Palestijnse gastarbeiders die in Israël werken langskomen. Dat zijn er ruim twintigduizend per dag. Soms gaan ze 's nachts om een uur al van huis. 's Middags om vier uur komen ze met bussen en taxi's terug, moeten weer die grens over om een paar uur bij hun familie te zijn. . Ik weet niet waar dit het meeste aan doet denken, aan slavernij of aan Auswitsch. Het is vreselijk. In 1995 was dit ook al zo. Er kwamen er toen zelfs nog meer langs, mensen die iedere dag stuk voor stuk twee keer door de controle moeten en er uren aan kwijt waren. Op het ogenblik is 80 percent van de Palestijnen zonder werk. Als je Palestijn bent moet je voortdurend tussen twee kwaden kiezen.
Maar wij staan met onze mooiste glimlach onze woede te verkroppen en te zingen. Al snel wordt het een simpel spreekkoor: Occupation no more, one, two, three, four. Dat is in ieder geval duidelijk en ze zijn er blij mee. Steken hun hand op en lachen. Kwartiertje actievoeren met spandoek en al. Dan terug naar huis na deze dag van wachten en afwachten.
Palestijnen. Palestijnen. Wat worden ze vernederd. Ze moeten vechten om mens te blijven. Wij vragen ons af wanneer Israël doorkrijgt wat er in de geesten van de eigen bevolking aan het veranderen is, wat er zich afspeelt in de hoofden van hun jonge soldaten. Zo nu en dan een aardige die vertelt dat hij niets tegen onze mars heeft maar dat hij regels moet uitvoeren. Nog eens met een superieur bellen, maar meestal blijft de regel de regel.
Tot slot nog een paar citaten van settlers. In dit geval waren drie aardig ogende vrouwen naar ons hotel gekomen om met ons te praten. Wij waren op luisteren en niet kwaad worden voorbereid. Een van hen vroeg tevoren van alles. Of we eerder in Israël waren geweest? Of we een boek over het gebied hadden gelezen? Of we wisten wanneer Jordanië als koninkrijk gevestigd was? Bij ons gingen achter elkaar de handen de lucht in. Maar onze deskundigheid groeit dan ook met de dag. Enkele van hun opmerkingen: de Arabieren hebben Israël erkend, maar niet echt... ze waren tegen de muur, maar soms heb je geen keus. Palestijnen die gedood zijn, zijn gedood door andere Palestijnen (boegeroep)...Israël heeft het meest tolerante leger ter wereld...God had in Israël de joden twintig eeuwen gemist....de Arabieren hebben de keus uit 227 landen, wij hebben er slechts een...wij zijn redelijk, redelijk, maar geen idioten. Wij hebben aan het slot van hun verhaal voor hen geapplaudisseerd voor hun moed naar ons toe te komen, zij voor onze belangstelling, terwijl de Palestijnen van ons hotel er de grootste moeite mee hadden dat we ze überhaupt hadden uitgenodigd.