Vredesduif met olijftak in snavel.

Nederlandse inzet Afghanistan

15-5-2012 Kerk en Vrede is ontstemd over de inzet die de demissionaire regering aankondigde tijdens de komende NAVO-top in te zullen brengen voor de Nederlandse betrokkenheid in Afghanistan na 2014. 'Alleen de getallen spreken al boekdelen', aldus voorzitter Henk Baars.

 

Bedragen van bijdragen

De genoemde getallen betreffen vooral de financiŽle bijdragen die Nederland van 2015 tot 2017 wil leveren aan de salarissen van de Afghaanse veiligheidstroepen. Het gaat daarbij om†Ä 30 miljoen per jaar waarvan bijna 85% uit het toch al sterk gereduceerde budget voor ontwikkelingssamenwerking. Overigens valt deze bijdrage vrijwel in het niet op het totaal dat de internationale gemeenschap jaarlijks zal moeten bijdragen, namelijk 1 miljard dollar voor de salarissen van Afghaanse politiemensen en militairen. En dat is dan weer een kwart van de 4 miljard dollar die voor deze salarissen nodig is en waarvan de Afghaanse regering zelf slechts 500 miljoen dollar kan ophoesten, van een bruto nationaal product dat 2 miljard dollar omvat. Waar het resterende bedrag van jaarlijks 2,5 miljard dollar vandaan moet komen wordt uit de regeringsbrief niet duidelijk.

Een en ander is in ogen van Kerk en Vrede in ieder geval geen vorm van 'duurzame financiering' en al helemaal niet van 'duurzame veiligheid' waar de regeringsbrief over spreekt. Duurzame veiligheid wordt niet bewerkstelligd door veiligheidstroepen maar door een proces van verzoening, herstel van vertrouwen en sociaal-economische ontwikkeling. De regering stelt in de brief: 'De geboekte voortgang (van militaire veiligheid - KenV) is niet onomkeerbaar. Het verzoeningsproces is nog nauwelijks op gang gekomen.' Ze verbindt hier echter geen consequenties aan. Begin juli wordt volgens de brief in Tokio verder gesproken over de bijdragen van de internationale gemeenschap aan de sociaal-economische ontwikkeling van Afghanistan, maar welke initiatieven de internationale gemeenschap wil nemen om het verzoeningsproces op gang te brengen blijft onbesproken, terwijl juist hier door gezaghebbende denktanks als de International Crisis Group alle prioriteit voor wordt bepleit. Kerk en Vrede sluit zich bij dit pleidooi aan.

Afvloeien

De veiligheid in Afghanistan komt door de transitie waarbij de westerse troepen in 2014 de verantwoordelijkheid voor de veiligheid in heel Afghanistan aan de door hen opgeleide Afghaanse veiligheidstroepen zullen overdragen zelfs nog verder onder druk te staan, omdat van deze Afghaanse veiligheidstroepen de komende tijd ongeveer een derde deel zal moeten afvloeien om van het huidige kostenplaatje van 6 miljard dollar per jaar op de, nog steeds niet volledig gedekte, 4 miljard dollar per jaar te komen. Naar het oordeel van Kerk en Vrede wijst de regering terecht op de ervaring die 'leert dat ontwapening en re-integratie niet eenvoudig zijn en een zorgvuldige planning, gekoppeld aan voldoende middelen, vereisen.'

Volgens Kerk en Vrede zullen die 'voldoende middelen' er vooral toe moeten dienen om het afvloeiende veiligheidspersoneel op een andere wijze in hun bestaan te laten voorzien. Dit staat echter op gespannen voet met de nadruk op rechtstaatontwikkeling waar de Nederlandse regering zich op wil blijven concenteren in de door haar gefinancierde ontwikkelingsprojecten waarmee zo'n†Ä 2 miljoen per jaar gemoeid is; nog geen 10% van de financiele bijdrage aan de salarissen van de Afghaanse veiligheidstroepen. Kerk en Vrede onderschrijft het belang van een rechtstaat maar wijst er op dat juist armoede, werkloosheid en vooral uitzichtloosheid duurzame veiligheid in de weg staan. Ze zou de financiŽle bijdrage aan de salarissen van het veiligheidspersoneel liever besteden aan projecten voor duurzame ontwikkeling.

Met het oog op de enorme troepenreducties stelt Kerk en Vrede bovendien kritische vragen bij nut en noodzaak van de lopende trainingsmissie in Kunduz, het pleidooi van de regering om de EUPOL-trainingsmissie in Afghanistan voort te zetten en de opmerking dat voortzetting van de huidige trainingsmissie in Kunduz na 2014 aan een volgend kabinet wordt overgelaten. Omdat in de wandelgangen de zgn. 'Kunduz-coalitie' al veelvuldig genoemd wordt als toekomstige regeringscoalitie zal Kerk en Vrede deze ontwikkelingen nauwlettend in de gaten blijven houden. Naar het oordeel van Kerk en Vrede kunnen de op de NAVO-top toe te zeggen middelen beter besteed worden aan de sociaal-economische ontwikkeling van Afghanistan en zou de internationale gemeenschap zich veel meer dan nu het geval is moeten richten op het noodzakelijke vredes- en verzoeningsproces. Daar zou de Nederlandse regering op de NAVO-top ook voor moeten pleiten.

Andere balans

De vereniging Kerk en Vrede heeft de afgelopen tien jaar bij voortduring gepleit voor een volstrekt andere balans tussen de militaire en de sociaal-economische ondersteuning die Nederland en de internationale gemeenschap zouden moeten leveren aan de veiligheid en ontwikkeling van Afghanistan. De eenzijdige nadruk die de afgelopen jaren steeds weer is gelegd op de militaire bijdrage heeft het land geen stap verder geholpen en heeft de interne spanningen alleen maar verder aangewakkerd. Nu het Westen zich de komende jaren uit Afghanistan zal terugtrekken blijven de Afghanen met de gevolgen van de falende beleid zitten. Het is het slachtoffer van een blind geloof in de effectiviteit van militair geweld. Kerk en Vrede meent al sinds haar oprichting in 1924 dat we niet de weg van de oorlog maar die van vrede en verzoening moeten bewandelen en besloot in dat kader op haar ledenvergadering van 12 mei tot het voeren van een campagne 'Maak Oorlog Illegaal'.

Bron: Kerk en Vrede, 14-5-2011