Vredesduif met olijftak in snavel.

Globale armoede neemt niet af

14-7-2020 De afgelopen tien jaar kreeg het idee voet aan de grond dat armoede wereldwijd spectaculair afnam. Maar dat is een fabel zo beweert afscheidnemend VN rapporteur Philip Alston in een pas gepubliceerd rapport.

 

Globaal gezien neemt de extreme armoede op drastische wijze af. Het is een stelling die de voorbije jaren zowat tot dogma verheven werd. Wie het dogma openlijk in twijfel trok, werd al snel een irrationeel pessimisme verweten. Maar afgaand op het laatste rapport van speciale VN-rapporteur Philip Alston, is pessimisme - of op zijn minst scepticisme - wel degelijk op zijn plaats. De conclusie van Alston is eenvoudig: extreme armoede neemt globaal genomen niet af en iedere euforie omtrent dalende armoedecijfers is misplaatst. Zeker als de impact van Covid-19 en klimaatverandering wordt in acht genomen. Een drastische herziening van het armoedebeleid dringt zich op, aldus Alston.

Wereldbank

De grootste verantwoordelijke voor de wijdverbreide misvatting dat armoede globaal gezien afneemt, is de Wereldbank. In zijn rapport noemt Alsont man en paard: "Het voorbije decennium hebben de VN, de wereldleiders en pundits zichzelf gefelicteerd met een bijna binnengehaalde overwinning op armoede, maar bijna alle claims baseren zich op de armoedegrens die bepaald is door de WereldBank, en die is uitermate ongeschikt om vooruitgang op te volgen."

De Wereldbank beweert dat het aantal extreme armen daalde van 1,9 miljard in 1990 tot 736 miljoen in 2015. Maar in het rapport van Alston wordt benadrukt dat de armoedegrens van de Wereldbank veel te laag ligt. Wie moet leven van het inkomen dat door de Wereldbank wordt voorgesteld als de armoedegrens (1, 90 dollar per dag) kan in het gros van de landen niet voorzien in de meeste elementaire basisbehoeften. Kortom, de Wereldbank heeft haar ambities steeds veel te laag gelegd, waardoor er heel snel vrede werd genomen met zeer magere (tot geen) resultaten.

Er zijn nog andere problemen met de algemene armoedegrens die door de Wereldbank wordt naar voor geschoven. Zo is die bijvoorbeeld niet contextspecifiek, wat betekent dat er geen rekening wordt gehouden met het feit dat er in verschillende samenlevingen of groepen andere specifieke behoeften bestaan en dus ook specifieke middelen kunnen ontbreken om die behoeften te bevredigen. Armoede komt, met andere woorden, in vele gedaanten. En algemene armoedegrens naar voor schuiven, zorgt ervoor dat vele vormen van armoede onzichtbaar worden.

Het feit dat vrouwen bijvoorbeeld systematisch armer zijn dan mannen, wordt door de methode die de Wereldbank hanteert miskend. In haar berekeningen houdt de Wereldbank immers geen rekening met de wijze waarop het inkomen binnen een huishouden wordt verdeeld. Ook het lot van vele andere groepen wordt genegeerd. Vluchtelingen, staatslozen, migranten of asielzoekers worden doorgaans niet opgenomen in de berekeningen omdat het eenvoudigweg moeilijk is om betrouwbare informatie te kunnen verzamelen over hun eventuele inkomens. Hun lot wordt daardoor op systematische wijze onderkend.

Realisme


Alston pleit voor het hanteren van een meer realistische armoedegrens. Die zou volgens hem liggen op een inkomen van 5,50 dollar per dag. Als vanuit die meer realistische armoedegrens gekeken wordt naar de wereldwijde armoede, dan valt er sinds de jaren negentig een stagnatie vast te stellen. In bepaalde regio's is de armoede zelfs uitdrukkelijk gestegen, dat geldt in het bijzonder voor Sub-Sahara Afrika en het Midden-Oosten. Maar ook in de landen met hoge inkomens valt een toenemende precariteit onder middenklassen vast te stellen. Dat er niettemin sprake is van een stagnatie is vooral te wijten aan de spectaculaire inkomstenstijging in China de voorbije decennia.

Alston is formeel in zijn rapport: zelfs als we uitgaan van een economisch groeitempo dat gangbaar was voor de coronacrisis n er abstractie wordt gemaakt van klimaatverandering, zou er van een reductie van de wereldwijde armoede geen sprake zijn. Brengen we de factor klimaatverandering wel in rekening dan komen er, zelfs wanneer er vastgehouden wordt aan de armoedegrens van de Wereldbank, minstens 100 miljoen extreem armen bij. Covid-19 zou op zijn beurt leiden tot 173 miljoen mensen die het met minder dan 3,30 dollar per dag moeten doen.

Volgens Alston konden de miljoenen bijkomende armen ten gevolge van de pandemie wel degelijk worden vermeden. "Mocht er degelijke sociale bescherming geweest zijn, dan zouden de miljoenen die nu zonder medische zorg zitten, zonder adequaat voedsel of zonder een dak boven het hoofd en basiscomfort, van de ergste gevolgen gespaard zijn gebleven. Maar in plaats daarvan heeft de enorme druk om fiscale consolidatie te promoten, zeker tijdens het laatste decennium, ertoe geleid dat sociale bescherming negentiende eeuwse vormen aannam in plaats van tegmoet kwam aan twintigste eeuwse aspiraties."

Daarop voortbouwend formuleert Alston een niet mis te verstane waarschuwing. Als er een nieuwe besparingspolitiek volgt na covid-19 dan zal "de dramatische transfer van economische en politieke macht naar de rijke elites, die zo kenmerkend was voor de laatste veertig jaar, enkel toenemen." Dat kan volgens Alston enkel leiden tot verdere politieke instabilieit en sociale explosies.

Oplossingen

Alston wijst er in zijn rapport op dat er naar andere, meer politieke recepten moet gegrepen worden, willen we armoede daadwerkelijk reduceren de komende decennia. Van het idee dat meer economische groei bijvoorbeeld automatisch leidt tot het afnemen van armoede, wordt beter afgestapt. De praktijk bewijst dat dit lang niet het geval is. Het uitbreiden van de marktwerking, bijvoorbeeld door publieke diensten te privatiseren, zorgt er over het algemeen voor dat de levenskosten van armen verder stijgen.

Volgens Alston is herverdeling essentieel om armoede op effectieve wijze aan te pakken. Maar dat betekent dat er in de eerste plaats komaf moet worden gemaakt met de fiscale gunstpolitiek die zo kenmerkend is voor het neoliberalisme. Belastingsparadijzen zorgen ervoor dat de allerrijksten de fiscale dans systematisch kunnen ontspringen en verkleint de mogelijkheid van staten om een degelijk sociaal beleid uit te bouwen met bijhorende herverdelingspolitiek. In plaats van te denken in termen van ontwikkelingshulp wordt dus volgens Alston beter ingezet op fiscale rechtvaardigheid.

Opvallend: Alston pleit ook voor meer participatieve vormen van democratie als remedie tegen armoede. Volgens hem zitten we nu met een politiek systeem waarin mensen die armoede aan den lijve ondervinden nauwelijks tot geen stem krijgen. Om armoede daadwerkelijk te kunnen aanpakken moeten ook zij medezeggenschap krijgen.

Thomas Decreus


Deze bijdrage is gelicenseerd onder een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GeenAfgeleideWerken 2.0 Belgi licentie

Bron: De Wereld Morgen