Vredesduif met olijftak in snavel.

VN-rapport over Gazavloot

7-9-2011 Het rapport stelt dat IsraŽl het recht had om de vloot te stoppen. Tegelijkertijd veroordeelt het door IsraŽl gebruikte geweld, waarbij 9 mensen omkwamen, als disproportioneel. IsraŽl ziet dit als een overwinning. Terecht?

 

Mensenrechtenorganisaties zijn blij met de veroordeling van het IsraŽlische geweld als excessief, maar inderdaad teleurgesteld over de beperkte blik van de VN-commissie Palmer waar het het internationaal recht betreft. Het internationaal recht staat een zee-blokkade door een bezettende macht (dat is IsraŽl nog steeds, ook m.b.t. Gaza) toe, maar alleen als veiligheidsmaatregel. Als bezettende macht heeft IsraŽl tegelijkertijd de plicht om goed voor de bevolking van Gaza te zorgen.

De zee-blokkade maakt deel uit van een algemene blokkade die er voor zorgt dat het leven in Gaza erg moeilijk wordt. Dat is in strijd met het internationaal recht. IsraŽl heeft, als gevolg van de algemene verontwaardiging over zijn optreden tegen de Gazavloot, de blokkade moeten verlichten. Toch is die nog steeds niet in overeenstemming met het volkenrecht. Bouwmaterialen b.v. worden alleen doorgelaten als ze voor humanitaire organisaties bestemd zijn, vrij personenverkeer tussen de delen van Palestina is er niet en export van goederen vrijwel onmogelijk. Kortom: de versoepeling van de blokkade is belangrijk, maar onvoldoende om het economisch en sociaal herstel van Gaza toe te laten. Daarmee blijft de blokkade in strijd met het internationaal recht.

Meer info: www.dewereldmorgen.be/artikels/2011/09/02/qa-palmer-rapport-over-de-gazaflotilla

Volledig VN-rapport: www.vredesmuseum.nl/download/vn_gaza_flotilla_report.pdf+

7-9-2011