Vredesduif met olijftak in snavel.

Oorlogsinvesteringen zinloos

18-4-2012 Ter gelegenheid van de Global Day of Action on Military Spending (17 april 2012), stelden de Europese IFOR-afdelingen een verklaring op. Hun conclusie luidt: 'oorlogsinvesteringen zijn zinloos'.

 

Europese leden van de verschillende afdelingen van International Fellowship of Reconciliation (IFOR), waaronder Kerk en Vrede, hielden van 13 t/m 15 april 2012 hun jaarlijkse bijeenkomst in het 'Centro Ecumenica Agape' in Prali (ItaliŽ) - aan de vooravond van de Global Day of Action on Military Spending (17 april).

In onze discussie over de zinloosheid van oorlog hebben we geconstateerd dat het, niet alleen voor pacifisten maar ook voor onderzoekers en voormalig militaire personeel zoals bijvoorbeeld de Veterans for Peace, in toenemende mate duidelijk wordt dat oorlog niet aan haar vermeende doelstellingen voldoet. De laatste militaire interventies in Afghanistan, Irak en LibiŽ blijken complete mislukkingen te zijn vanuit het gezichtspunt van de verbetering van de stabiliteit, de reductie van terreurgevaar en de bevordering van veiligheid en betere levensomstandigheden voor de mensen in deze landen.

De geweldloze revoluties in TunesiŽ en Egypte zijn erin geslaagd de zittende regeringen ten val te brengen en, hoewel de aanvankelijk verwachtingen nog niet geheel gerealiseerd zijn, leveren de hoop en inspiratie voor een voortgezet veranderingsproces. Onze invulling van geweldloosheid als kracht voor de conflicttransformatie omvat de noodzaak tot investeringen en trainingen om de gewenste veranderingen voort te zetten die tijdens de Arabische Lente op gang zijn gebracht.

Wij geloven dat enkel vanwege de walgelijke hoeveelheid middelen die besteed worden aan de ontwikkeling van methoden en technieken om mensen en hun leefomgeving te vernietigen, de methoden en technieken om conflicten daadwerkelijk tot een oplossing te brengen en vrede op te bouwen van alle noodzakelijke middelen verstoken en ook bij het grote publiek onbekend blijven.

Wij verzetten ons tegen de propaganda van het idee dat geweld alleen gestopt kan worden door met militaire middelen een repressieve regering ten val te brengen. We hebben keer op keer gezien dat de eventuele positieve resultaten beperkt zijn, tijdelijk en altijd dood en schade toebrengen aan mens en milieu.

Wij betreuren in het bijzonder dat de pogingen van de Arabische Liga voor een waarnemersmissie voor SyriŽ of de resultaten van de harde onderhandelingen van de speciale VN-vertegenwoordiger Kofi Annan, openlijk in discrediet worden worden getrokken waardoor de indruk wordt gewekt dat er geen alternatief is voor militaire ingrijpen.

Onze regeringen zouden tenminste de militaire uitgaven moeten reduceren en serieus moeten investeren in niet-militaire middelen om op een geweldloze wijze invulling te geven aan de Responsibility to Protect. Een belangrijk voorbeeld daarvan is de volledige ondersteuning en het geven van asiel voor gewetensbezwaarden en anderen die de militaire dienst ontvluchten in landen als Egypte en SyriŽ waar soldaten tegen hun landgenoten worden ingezet. Daarnaast zouden onze regeringen de militaire ondersteuning moeten stopzetten die thans aan het gewapend verzet of aan de legermachten wordt gegeven, zowel in de vorm van wapenleveranties als in die van trainers en adviseurs. De recente gebeurtenissen in Mali laten zien hoe snel deze wapens zonder enige controlemogelijkheid hun weg vinden in naastgelegen landen.

Volgens de tamelijk breed geaccepteerde cijfers van het Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI), is in 2009 wereldwijd zo'n 1,5 biljoen dollar aan militaire middelen uitgegeven. Dit betekent een toename van 49% ten opzichte van het jaar 2000. De mondiale financi√ęle crisis en economische recessie in 2009 hadden dus weinig effect op de militair uitgaven. Tweede-derde van het aantal landen waarvan de gegevens bekend waren hebben hun militaire uitgaven laten toenemen.

Terwijl de militaire uitgaven elk jaar toenemen, blijven investeringen in conflicthantering, vredesopbouw en ontwikkelingssamenwerking ver achter liggen.

Alternatieven voor militair ingrijpen vereisen investeringen en commitment. Artikel 26 van het Handvest van de Verenigde Naties gaat verder dan het regulieren van de wapenhandel en betreft ook de wapenvoorraden zelf. Het is gericht op een verandering van de militaire uitgaven, inhoudende dat veiligheid via andere middelen bewerkstelligd kan worden, zoals VN Veiligheidraadsresolutie 1325 over vrouwen, vrede en veiligheid.

Volgens de eerdergenoemde SIPRI-gegevens, is het huidige niveau van de gezamenlijke militaire uitgaven gelijk aan 700 keer de regulier jaarbegroting van de Verenigde Naties.

In 1995 deed het Beijing Platform voor Actie de aanbeveling de excessieve militaire uitgaven te reduceren en al doende een verschuiving van middelen voor sociale-economische ontwikkeling mogelijk te maken, met name waar het de positie van vrouwen betreft.

Op deze Global Day of Action on Military Spending willen we de wereld aan deze aanbeveling herinneren.

De Europese afdelingen van de International Fellowship of Reconciliation, waaronder Kerk en Vrede.

18-4-2012