Vredesduif met olijftak in snavel.

Geen oorlog maar mensenrechten

23-3-2011 Het Belgische Vredesactie betreurt de militaire interventie in LibiŽ. Vredesactie verzet zich tegen de perverse logica dat oorlog in dienst kan staan van mensenrechten. Als pacifistische beweging pleit Vredesactie juist voor meer inzet bij het zoeken en implementeren van vreedzame oplossingen.

 

Burgeroorlogen en regionale conflicten veroorzaken veel menselijk lijden. Bij het zien van de slachtpartijen onder de burgerbevolking, de vluchtelingenstromen, ... klinkt dan vaak de roep om 'iets' te doen.

Omdat er niets anders de illusie wekt een snelle oplossing te brengen, wordt dan maar gepleit voor een 'militaire humanitaire interventie'. Of die militaire interventies wel een oplossing bieden, is een vraag die echter te weinig wordt gesteld.

Helpt een militaire interventie om de voorwaarden te scheppen voor een vredesproces of werpt ze juist meer obstakels op?
Bij een militaire interventie neemt het belang van gewapende groepen in een conflict toe. Ze verscherpt de bestaande tegenstellingen nog en verkleint de ruimte voor een politieke uitweg.

Door een militaire interventie wordt elke deelnemende groep een partij in het conflict en zo belanden we bij een open oorlog of guerrillabestrijding. Op deze manier leidt een interventie misschien wel tot een militaire overwinning op korte termijn, maar polariseert het conflict voort en is een politieke oplossing soms verder af dan daarvoor.

Als verantwoording roept men dat zware mensenrechtenschendingen een snelle militaire interventie noodzakelijk maken. Maar zijn die noodsituaties precies niet vaak het resultaat van een langzame escalatie van een conflict dat al veel langer bestaat?

Een groot deel van de westerse landen die nu ten oorlog trekken tegen het Khaddafi-regime leken tot voor kort geen enkel probleem te hebben met Khaddafi. Integendeel zelfs. In 2010 nog stemde ook BelgiŽ voor het toetreden van LibiŽ tot de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties in GenŤve, tot consternatie van verschillende mensenrechtenorganisaties.

Volgens professor David Crane, hoofdaanklager bij het Sierra Leone Tribunaal van 2002 tot 2005, hebben landen als Groot-BrittanniŽ, de Verenigde Staten, Canada en Nederland, en de Verenigde Naties zich in een recent verleden verzet tegen de berechting van Khaddafi wegens zijn rol in de oorlogen in Sierra Leone en Liberia.

Voorts lijkt er een kwalitatief verschil te zijn tussen LibiŽ en andere landen in de Arabische wereld waar volksopstanden bloedig onderdrukt worden door de dictatoriale regimes en die niet 'genieten' van dezelfde militaire 'steun'.

Verschillende westerse bedrijven onderhouden zeer lucratieve contracten met LibiŽ. Niet alleen in de sector die Europa en andere werelddelen voorzien van olie en gas. Ook de wapenhandel naar LibiŽ was voor enkele Europese bedrijven en landen economisch zeer interessant. Een groot deel van de wapens werd geleverd door ItaliŽ, maar ook BelgiŽ heeft in 2009 voor 11,5 miljoen euro wapens verkocht aan LibiŽ.

Anderzijds bleek Khaddafi ook bijzonder inschikkelijk om de vluchtelingenstroom vanuit Noord-Afrika naar Europa tegen te houden, in ruil voor investeringen en westerse technologie.

Het was maar op het moment dat het voor het Westen onmogelijk werd om zonder gezichtsverlies deze dictator te blijven steunen, dat ze deze landen hun politiek wijzigden en manu militari het land binnenvielen en hun eigen wapens begonnen te bevechten.

Deze tragische periode moet voor BelgiŽ, Europa en het Westen een les zijn dat ons economisch handelen een rechtstreekse impact heeft op oorlog en conflict.

Wij hebben onszelf in deze oorlogssituatie geplaatst en als wij er niet in slagen dat in te zien en toe te geven, staan we binnen enkele jaren ongetwijfeld voor een gelijkaardig of nog veel groter probleem.+

Bron: Vredesactie, 22-3-2011