Vredesduif met olijftak in snavel.

Dood Kadhafi

31-10-2011 Hoezeer de dood van Moammar Kadhafi de weg ook vrijmaakt voor een nieuw, vrij en democratisch LibiŽ, vormt deze volgens het bestuur van Kerk en Vrede beslist geen reden tot de euforie en zelfgenoegzaamheid die onder westerse regeringsleiders bespeurbaar zijn.

 

Van enige terughoudendheid, waartoe Kerk en Vrede acht maanden geleden bij het begin van de strijd opriep, is niets gebleken en de eerste tekenen dat aan dit door de NAVO zo gewenste succesverhaal grote nadelen kleven zijn reeds zichtbaar.

Zo zal in de eerste plaats de directe betrokkenheid van de NAVO bij de gevechtshandelingen die uiteindelijk leiden tot de dood van Kadhafi onderzocht moeten worden. Mocht van enige opzet sprake zijn, dan hebben de NAVO en de Libische overgangsraad zich niet gehouden aan de VN-resolutie waarin bepaald werd dat Kadhafi voor het internationaal strafhof zou moeten komen en is zodoende een nieuwe ontwikkeling in de internationale rechtspraak in de kiem gesmoord.

Het in de kiem smoren geldt ook voor de Responsibility to Protect: de in deze VN-resolutie voor het eerst erkende rechtsgrond tot VN-bemoeienissen bij interne
mensenrechtenschendingen, die de afgelopen jaren na moeizaam onderhandelen tot stand is gekomen om grootschalige mensenrechtenschendingen, etnische zuivering of genocide tegen te gaan. Door de opdracht in de VN resolutie om de burgerbevolking in LibiŽ te beschermen zo ver op te rekken dat de NAVO feitelijk en tot en met de dood van Kadhafi als luchtmacht van de rebellen diende, is het moeizame diplomatieke werk dat tot de aanvaarding van de Responsibility to Protect diende teniet gedaan. Deze rechtsgrond blijkt inmiddels niet meer bruikbaar voor de internationale gemeenschap om zich met de situatie in SyriŽ te bemoeien waar het regiem al enkele maanden vrij spel heeft om een geweldloze opstand van haar burgers neer te slaan.

Ook werd, in ieder geval door de Franse regering, het in de VN-resolutie afgekondigde wapenembargo overtreden. Waar Kadhafi de afgelopen jaren al rijkelijk door het Westen van wapens was voorzien die tegen de rebellen werden ingezet, waren de rebellen de afgelopen maanden aan de beurt om vanuit het Westen bewapend te worden. Door deze twee bewapeningsgolven zijn inmiddels grote hoeveelheden wapens in dit land vrijgekomen die tot een verdere destabilisering van
het land zullen leiden nu allerlei onder 40 jaar dictatuur gesmoorde interne conflicten aan de oppervlakte treden. Dat gevaar geldt niet alleen voor LibiŽ zelf, maar ook voor haar instabiele buurlanden Tsjaad, Niger en Algerije waar het Westen al enkele jaren militair aanwezig is om zich daar schuil houdende Al Qaida cellen op te sporen en uit te schakelen. Een grootschalige, internationale wapeninzamelingsactie in deze regio zou volgens Kerk en Vrede bijzonder wenselijk zijn. Niet alleen voor de mondiale
veiligheid, maar vooral ook ter bescherming van de burgerbevolking in de diverse landen.

De opdracht de burgerbevolking van LibiŽ te beschermen blijft ook gelden nu de door de rebellen gedomineerde overgangsregering aan de macht is. Blijkens recente
rapportages van mensenrechtenorganisaties waaronder Amnesty International zullen de Westerse bondgenoten ook nu aan moeten dringen op een groter respecteren van de mensenrechten van alle Libische burgers en niet in de eerder gemaakte fout moeten terugvallen om een oogje dicht te knijpen nu gas en olie weer ongehinderd naar Europa kunnen stromen.

Kerk en Vrede bepleit een blijvende, niet-militaire internationale betrokkenheid bij de opbouw van een nieuw, vrij en democratisch LibiŽ waarbij de belangen van de
burgerbevolking centraal zullen moeten staan.+

Bron: Kerk en Vrede (www.kerkenvrede.nl), 21-10-2011