Vredesduif met olijftak in snavel.

Vredesactivisten overleden

20-1-2016 Op resp. 15 en 16 januari overleden Koos de Beus en Maarten Schaafsma. Beiden zijn erg actief geweest in de vredesbeweging, vooral in Vredesbeweging Pais. Koos is lange tijd redacteur en eindredacteur geweest van het tijdschrift 't Kan Anders (nu VredesMagazine). Maarten voerde o.a. actie bij de vliegbasis Soesterberg, waar hij vlakbij woonde.

 

In memoriam uitgesproken door Chris Geerse bij de begrafenis van Maarten Schaafsma op 22 januari 2016

'Van oorlogsvrijwilliger tot pacifist'. Dat geeft in een paar woorden de ontwikkeling weer die Maarten heeft doorgemaakt.

De Tweede Wereldoorlog aan het eind waarvan zijn broers Arie en Klaas als verzetsstrijders gefusilleerd werden. Zijn tijd als militair in IndonesiŽ, waarin hij heeft gezien dat ook Nederlanders verschrikkingen kunnen aanrichten. Het zijn ervaringen die zijn kijk op de wereld veranderd hebben.

Hij zegt er - veel later - zelf over:
"Toen begreep ik dat militair geweld vrijwel nooit een bevredigende oplossing brengt. Het laat alleen puinhopen achter! Zoals in IndonesiŽ, Vietnam, Afghanistan, Irak, enz."

Zelf heb ik Maarten leren kennen in Vredesbeweging Pais, waarvan hij lange tijd bestuurslid was. Hij was o.a. actief in de strijd tegen de kruisraketten. In het bijzonder bij acties rond de vliegbasis Soesterberg speelde hij een belangrijke rol. Zo gebeurde het dat op het dak van zijn huis een zendantenne stond, waarmee groepen actievoerders contact met elkaar onderhielden.

Maartens daadkracht reikte echter veel verder. Hij bood met 16 andere veteranen op de Indonesische ambassade excuses aan en verscheen op tv om Nederlandse excuses te bepleiten. Ook reisde hij naar KroatiŽ om tegen de Balkan-oorlog te demonstreren.

Ik ken Maarten eveneens van het Museum voor Vrede en Geweldloosheid. Tot voor enkele jaren was het depot van dit Vredesmuseum in de werkplaats van Maarten ondergebracht. We bewaren er goede herinneringen aan, hoe hij en Elly ons altijd gastvrij ontvingen.

Er is veel meer over Maarten en zijn werk voor de vredesbeweging te zeggen. Maar de mij toegemeten tijd raakt op.

Ik besluit daarom met te zeggen dat ik Maarten ervaren heb als een inspirerende figuur met een sterke overtuiging. Een overtuiging die hij zelf ooit zo onder woorden bracht:
"Zoals de slavernij kon worden afgeschaft en sociale voorzieningen in de beschaafde landen normaal zijn geworden, zo geloven wij pacifisten dat ook oorlogvoeren en militair geweld tot het verleden kan gaan behoren.
Zij zullen de oorlog niet meer leren, profeteerde Jesaja 2500 jaar geleden en dat mag je serieus nemen. Als de oorlog niet meer geleerd wordt, dan moet je de vrede leren!"

In memoriam uitgesproken door Fred Valkenburg bij de begrafenis van Koos de Beus op 22 januari 2016

Citaten uit een brief van Koos aan dhr. Spitzen, schrijver van een brochure over de gevaren van kernwapens/atoomenergie, waarin Koos zichzelf geÔntroduceerd.

Op 7 augustus 1945 hoorde ik van een Canadese soldaat dat er een enorme bom op Japan was geworpen. Ik nam dat voor kennisgeving aan, de betekenis drong niet tot mij door. Als 19 jarige was ik meer bezig met nadenken over wat mijzelf beweegt.
Ik besloot niet te gaan roken, vegetariŽr te worden en vooral ook als ik opgeroepen zou worden te weigeren in militaire dienst te gaan. Oorlog ervoer ik als de grote gekte van de mensheid.

In die tijd was er in H'sum een bijzondere man, professor Pootjes, die redevoeringen hield in een door hemzelf afgehuurd zaaltje. Hij sprak over sociale omstandigheden en materialisme. En over militarisme zei hij: "elke naam op de keuringslijst is als het ware een vloek jegens de schepping". Ik vond dat hij daarin gelijk had en bovendien vond ik het grote onzin mij de laten keuren voor iets dat ik beslist zou weigeren. Toen de oproep voor militaire dienst kwam, heb ik mijn vader gevraagd deze terug te brengen naar de afdeling militaire zaken van het gemeentehuis en op de dag van de keuring ben ik gewoon naar mijn stageplaats bij het herstel van de in de oorlog vernielde spoorbrug bij Mook gegaan. De teerling was geworpen.

Ik deed een beroep op de dienstweigeringswet, maakte mijn studie aan de mts af en begon in 1947 met mijn studie weg- en waterbouw aan de TH Delft.

Aan politiek deed ik niet. Wel maakte ik me boos op regering en parlement die in 46/47 bezig waren zo'n 100.000 jongens naar "IndiŽ" te sturen. Veel jongens van de lichting '25 (ik ben van '26) wendde zich tot Pootjes, die hen vertelde dat ze in hun recht stonden om te weigeren zich te laten inschepen omdat in de grondwet staat dat dienstplichtige militairen niet zonder hun instemming buiten de landsgrenzen kunnen worden ingezet.

Pas in de vijftiger jaren tijdens de koude oorlog drong het bijzondere van kernwapens tot mij door. Afgestudeerd, werk gevonden bij de Dienst Publieke werken, inmiddels getrouwd en vader geworden, maakte ik mij grote zorgen.
En toen kwam de PSP, de pacifistisch socialistische partij in 1957. Mijn aarzeling en achterdocht jegens politieke partijen overwon ik. De figuur van de eerste voorzitter H.J. van Steenis, mijn oud leraar landmeetkunde, schiep vertrouwen.
Zijn visie was: door de atoomwapens is oorlog in wezen onmogelijk geworden op straffe van algehele vernietiging van de aarde. Immers de verliezende partij zal naar het atoomwapen grijpen en daarmee een onbeheersbaar proces in gang zetten.

Pacifisme was voor Koos meer dan een idealistisch beginsel, maar praktische noodzaak. Tenminste als echt is verbonden met een ondogmatisch socialisme voor een rechtvaardige wereld en samenleving. Met verve heb ik me achter de leus "socialisme zonder atoombom" gesteld.

In 1977 nadat binnen de PSP was gemorreld aan het pacifistisch uitgangspunt ben ik met anderen uitgestapt om mij vervolgens in de vredesbeweging 't Kan Anders en later na een fusie "Vredesbeweging Pais" thuis te voelen.

10 jaar later kwam ik bij diezelfde club 't Kan Anders terecht en leerde ik Koos kennen, die opviel door zijn enorme kennis van zaken op tal van terreinen waar we ons mee bezig hielden: ecologie, pacifisme en socialisme. Toen ecologie een onderschoven kindje dreigde te worden, was er altijd nog Koos die dit thema in werkgroepen aan de orde stelde en veel artikelen schreef voor ons blad.

Koos was een heel betrokken en actief bestuurslid. Omwille van de tijd stip ik er maar een paar aan.

Zo zette hij zich sterk in voor onze meest succesvolle werkgroep "tegen geweld op tv". Die kwam vaak in de publiciteit (Koos gaf ook vele interviews) en heeft ook een bijdrage geleverd aan de huidige kijkwijzer.

En: Koos kreeg verkering met Miep Schreijers, een eveneens actief lid in de groep, 3 jaar ouder dan Koos. Samen hebben ze nog heel wat reisjes gemaakt. Miep overleed 3,5 jaar geleden.

Koos heeft over veel onderwerpen gepubliceerd en was ook lange tijd redactielid. Van het feit dat iedereen op een gegeven moment communiceerde via de mail trok Koos zich niets aan. En zonder morren ontving hij de stukken gewoon per post.

Na een bloeiperiode van de vredesbeweging in de jaren 80 als reactie op kernraketten en neutronenbommen, kalft het aantal actieve leden sterk af. Koos begreep dat maar al te goed en met hem ben ik vele malen op pad geweest om andere eveneens kleine radicaal pacifistische clubs tot samenwerking te bewegen. Dat bleek geen gemakkelijke opgave, maar heeft uiteindelijk wel geleid tot een samenwerking van 7 clubs die gezamenlijk "Vredesmagazine" uitgeven.

Nog een memorabel feit: zijn bijdrage aan de tot stand koming van het Museum voor Vrede en Geweldloosheid zo'n 15 jaar geleden dat nu redelijk succesvol tentoonstellingen ontwikkelt en uitleent op het gebied van vredesvraagstukken.

U kent Koos allemaal, dus het zal u niet verbazen dat Koos veel ideologische conflicten tussen mensen in de vredesbeweging (ja die waren er ook) heeft bezworen op zijn kenmerkende rustige manier, zonder partij te kiezen maar door te luisteren en vragen te stellen. Koos: de mediator avant la lettre.

Op een gegeven moment liet zijn gehoor hem steeds meer in de steek en toen ook zijn evenwichtsorganen gingen opspelen vond hij het lastig nog goed te functioneren in vergaderingen en naar A'dam te komen.
Toen Koos niet meer naar A'dam kon komen, bezocht ik hem voor de vergaderingen om zijn mening over de agendapunten te horen. Want met zijn kennis en inzicht was niets mis. Tijdens die bezoeken werd ik altijd getrakteerd op een heerlijke lunch. En bij alles wat Koos vertelde zat een dosis humor. Zelfs toen hij van zijn fiets was gevallen kon hij daar in geuren en kleuren over vertellen.

Hij zal altijd in mijn gedachten blijven

20-1-2016